Silvy Crespo is een Frans-Portugese documentaire fotograaf en schrijver. Sinds 2019 werkt ze aan een project over de gemeenschappen die lijden onder de gevolgen van grootschalige mijnbouw in Portugal. Het eerste deel, ‘The Land of Elephants’, gaat over de naderende dreiging van lithiumwinning in Noord-Portugal. Tweede hoofdstuk ‘The Elephant’s Foot’ neemt ons mee naar de Beiras-regio, waar je de schade van bijna een eeuw aan uraniumontginning nog steeds kunt zien en voelen, decennia na het sluiten van de mijnen. Dit langlopende project toont de kosten van extractivisme en belicht de strijd van lokale gemeenschappen tegen het openen van nieuwe mijnen.
Met haar werk trekt Crespo aan het tapijt van de Portugese samenleving, en confronteert ze kwesties die velen liever stil of verborgen zouden houden, die blijven groeien terwijl je wegkijkt: de destructiviteit van hedendaagse industrialisatie of de trauma’s van kolonialisme en oorlog. Deze dingen begraven zich diep in de landschappen en mensen die ze verwonden – vervuilend, bedervend, vernietigend – maar blijven gunstig verborgen voor degenen die er liever niet aan denken (of ervan willen profiteren).

Aan het einde van 2024 deelde je een voorproefje van ‘The Elephant’s Foot’, het vervolghoofdstuk op ‘The Land of Elephants’. Er zijn uiteraard geen olifanten in Portugal, dus wat betekenen de olifanten in deze titels?
De ‘olifant’ in het mijnbouwjargon verwijst naar grootschalige afzetting. De titel ‘The Land of Elephants’ was geïnspireerd op een citaat van Elisabeth Gaines, een Non-Executive Director en Global Ambassador van Fortescue Metals Group, die in een interview met the Financial Review in 2019 zei: “Portugal is elephant country as well. We are still hunting for elephants in elephant country.” Gaines doelde daarmee op lithium-jagen in Portugal, in de Barroso-regio om precies te zijn. De Barroso-regio is een gebied in de noordelijke bergen van Portugal, dat zich uitstrekt van de gemeente Montalegre, waar mijn vader vandaan komt, tot de gemeente Boticas.
In dit nieuwe deel van mijn doorlopende project, ‘The Elephant’s Foot’, duik ik in de geschiedenis van uraniumwinning, een van de vele olifanten waar in Portugal op wordt gejaagd. Tijdens mijn onderzoek naar dit onderwerp voorafgaand aan het fotograferen, was ik boeken aan het lezen over kernenergie en Tsjernobyl. Hier vond ik de uitdrukking ‘elephant’s foot’. Oorspronkelijk verwijst de elephant’s foot naar de grote corium-massa onder reactor 4 van de Tsjernobyl kerncentrale. Die extreem radioactieve massa werd zo genoemd omdat het leek op de poot van een olifant.
Ik vond het interessant om deze uitdrukking als titel te gebruiken, niet alleen om dit werk te verbinden met ‘The Land of Elephants’, maar ook om de connectie met uranium, radioactiviteit en kernenergie te benadrukken. In mijn nieuwe project verwijst de elephant’s foot naar een berg van afvalstoffen – zo’n 1,39 miljoen m3 groot – doordrenkt met sporen van zware metalen en radioactieve materialen, geboren door bijna een eeuw aan uraniumwinning.


‘The Land of Elephants’ is voornamelijk geschoten in zwart-wit, maar ‘The Elephant’s Foot’ in kleur. Waarom besloot je oorspronkelijk voor zwart-wit, en waarom ben je naar kleur overgestapt?
‘The Land of Elephants’ werd aangestuurd door een sterke bevraging van de materialiteit van fotografie, de wortels in extractie, de productiewijzen en de ecologische impact. Ik kon het me niet voorstellen een gebied geconfronteerd met de dreiging van dagbouw-lithiumwinning te fotograferen met een digitale camera. Dat was een no-brainer. Ik koos heel natuurlijk voor een middenformaatcamera, zonder batterijen, en besloot mijn voorraad aan verlopen zwart-witfilmrolletjes te gebruiken, waarvan sommige daarna met verlopen chemicaliën zijn verwerkt. Zwart-wit voelde in lijn met een Portugese monochromatische visuele traditie. En benadrukte echt het gevoel van een naderende tragedie.
Uiteindelijk combineert dit werk analoge zwart-witfoto’s met satellietbeelden in kleur van de littekens achtergelaten door eerdere mijnbouwactiviteiten in heel Portugal. Met de juxtapositie van deze visuele registers – één in kleur, de ander in zwart-wit – kon ik een ‘milieu-tijdlijn’ samenstellen, waardoor een dubbele blik ontstaat: in kleur op de permanente schade die het landschap in het verleden is aangedaan, en dan in zwart-wit op de toekomst, met de dreiging van verdere verwoesting.
Aangezien ‘The Elephant’s Foot’ de permanente schade door mijnbouw behandeld, voelde het logisch om voor kleur te kiezen, al stond ik er ook voor open om zwart-wit te gebruiken, aangezien de effecten van industriële en radioactieve verontreiniging in de loop van tijd onvoorspelbaar zijn.
Het gebruik van kleur werd uiteindelijk bepaald door het gebied zelf, en door het extreme gevoel van desoriëntatie dat ik ervaarde/nog steeds ervaar wanneer ik rond de elephant’s foot wandel. Bij de elephant’s foot ontglipt het gevaar je zintuigen. Je ogen noch de camera kunnen opmerken wat er aan de hand is; het is heel verontrustend. Kleur, de mogelijke manipulaties daarvan, gaf me een manier om te proberen de vele tegenstrijdige gevoelens over te brengen die iemand mogelijk ervaart wanneer ze bij de elephant’s foot zijn, een schitterende plek, waar water stroomt, bloemen groeien, en mensen blijven sterven – slachtoffers van de blijvende gevolgen van uraniumwinning.


De zwart-witfoto’s gaven mij ook heel erg dat gevoel van naderende doem. Ik herken het ook in de beschrijving op je website, waarin je woorden gebruikt als ‘verlossing’ en ‘omens’, en vraagt: “Maar wie zou niet de preek in de stenen van Barroso kunnen lezen?” Er is een bijbelse, bijna apocalyptische laag. Was dit religieuze aspect een bewust onderdeel van je project?
Het was opzettelijk. Portugal staat bekend als een heel religieus land. Religie hielp het fascistische regime om meer dan 40 jaar lang het land te regeren, en het blijft een belangrijk onderdeel van de Portugese tradities en identiteit.
Veel mensen leggen nog steeds hun lot in de handen van een onzichtbare identiteit, in plaats van het heft in eigen handen te nemen en te strijden tegen projecten die ongetwijfeld hun levens kapot zullen maken. Het gebruik van religieuze taal was bedoeld als kritiek op dit passieve gedrag, dat regeringen en bedrijven laat wegkomen met hun misdaden.


De portretten in dit project zijn allemaal genomen vanuit een lage hoek, omhoog kijken. Is er een specifieke reden voor deze compositie? En hoe benaderde je mensen voor deze portretten?
Voordat ik aan het veldwerk begon, deed ik allerlei onderzoek. Ik keek naar een hoop beelden, ik keek een hoop films. Een film die ik heel indrukwekkend en inspirerend vond, was Dziga Vertovs Enthusiam: Symphony of the Donbass. In deze film viert Vertov de industrialisatieplannen van Stalin, en in het bijzonder de winning van steenkool om ze te verwezenlijken. Het camerawerk is prachtig, maar wat me het meest bijbleef was hoe gezichten vanuit een lage hoek werden gefilmd, om een gevoel over te brengen van grootsheid en hoop in een welvarende toekomst.
Ik vond het interessant om Vertovs visuele benadering te gebruiken, maar met een andere bedoeling. Als Vertov industrialisatie, steenkoolwinning en vooruitgang propageerde, wilde ik een ander standpunt innemen, namelijk het bevragen van de beloftes die worden gemaakt in de naam van een groene transitie.
In ‘The Land of Elephants’ geloven mensen niet dat de ontginning van grondstoffen zal leiden tot een mooie toekomst, want er is in Portugal op een hoop olifanten gejaagd en je kunt nog steeds hun bloedende lichamen vinden. Dat verklaart waarom de gezichten in mijn portretten door duisternis opgeslokt worden.
In Boticas en Montalegre verzetten de mensen zich tegen mijnbouwprojecten die vernietigend zouden zijn voor de regio, en uiteindelijk voor het land. Het voelde dus belangrijk om deze beschermers van dit bedreigde gebied, dat mij zo dierbaar is, in het midden van het beeld te zetten, om ze op een voetstuk te plaatsen. Ik moet mijn bewondering en pure respect bekennen voor mensen die leven met het land.
Uiteraard zou het onmogelijk zijn geweest om deze portretten te maken zonder de tijd te nemen voor uitwisseling met de deelnemers. Dit is een van de dingen die ik het leukst vind aan fotografie en lange projecten: het is de toegang tot levende archieven. Hiermee bedoel ik dat ik altijd verrast wordt door alle verhalen die mensen bereid zijn te delen, omdat hun persoonlijke verhalen ons vaak zoveel vertellen over het grotere verhaal. Dit aspect wilde ik in ‘The Elephant’s Foot’ benadrukken door herinneringen van de deelnemers aan de mijn te verzamelen.


‘Forgotten Wars’ behandelt de Portugese koloniale oorlog en de wonden die die achterliet op je vader. Je benoemt dat de gebeurtenissen van deze oorlog “onder het tapijt worden geveegd van een Geschiedenis die alleen zijn glorie wil herinneren.” Ik vroeg me af of je meer zou kunnen vertellen over hoe deze oorlog vandaag de dag wordt herinnerd (of niet) in Portugal, en hoe mensen op dit project reageerden.
Het gesprek over de Portugese koloniale oorlog is heel zwart-wit. Sommigen beschouwen iedereen die deelnam aan de oorlog als fascistische slechteriken, en sommigen beschouwen ze als helden. Ik heb vaak het gevoel dat er aan beide kanten een neiging is om de geschiedenis te simplificeren, en in sommige gevallen te herschrijven, wat slecht is voor de totstandkoming van een genuanceerd gesprek dat zou kunnen leiden tot een constructieve discussie.
Deze gepolariseerde discussie, draagt niet alleen bij, tot op zekere hoogte, aan het koesteren van wrok en uiteindelijk racisme, maar maakt het ook lastig voor alle slachtoffers van de koloniale oorlog, aan beide kanten, om als zodanig erkend te worden, en dus de steun te krijgen die ze nodig hebben en verdienen. Als je een slechterik bent, verdien je alle pijn die je doormaakt en heb je geen recht tot klagen. Als je een held bent, klaag je niet omdat je een held bent, en het is algemeen bekend dat helden niet lijden aan trauma’s.
Toen ik dit project maakte, meldde ik me aan voor verscheidene fotowedstrijden in Portugal en benaderde ik mensen in de foto-industrie om het te presenteren. Ik kreeg geen reacties of aanmoediging. Het was meer als radiostilte. Dit gebeurt een hoop, en het is onderdeel van het ‘spelletje’. Ik denk dat de timing niet klopte en dat de nuance, helaas, niet welkom was. Ik hield op met het pushen van het project, deels hierom, maar ook omdat mijn gedachten en dit werk na verloop van tijd nieuwe vragen opriepen en er dingen waren die ik met de wereld wilde delen. En ‘The Land of Elephants’ gebeurde.
Afgelopen november was ‘Forgotten Wars’ echter een van de prijswinnaars van de Prix MBP x On Stage Photography Award x Photo Doc. Hierdoor dook ik opnieuw in mijn archief en wie weet, omdat de koloniale oorlog zo vaak werd genoemd door de mensen die ik interviewde voor ‘The Elephant’s Foot’, misschien ga ik het opnieuw pushen.

Sommige foto’s in dit project geven trauma weer als iets dat zichzelf afdrukt op de huid (maar in werkelijkheid onzichtbaar blijft). Wat was je benadering voor het visualiseren van trauma?
Mijn benadering was veelzijdig, aangezien het heel lastig is, al dan niet onmogelijk, om psychologisch trauma te representeren. Daarom werd ‘Forgotten Wars’ uiteindelijk een combinatie van fotografie, archief, video en tekeningen.
Dit project neemt de foto van een lijk als het beginpunt.
Toen ik vijf jaar oud was, ontdekte ik een foto van een jonge man in een album dat mijn vader meebracht uit Mozambique. Hij ligt, en een zwarte draad komt uit zijn neusgaten. Er komt iets uit zijn lichaam, maar ik kan niet begrijpen wat het is. In alle vier de hoeken van het beeld verschijnen handen. Daartussen zitten ook de handen van mijn vader, toen 20 jaar oud. De handen lijken te proberen het lichaam op te tillen. Heel lang begreep ik deze foto niet. Ook nu weet ik nog steeds niet zeker of ik het begrijp.
Beginnend met deze foto was ik natuurlijk nieuwsgierig naar mijn vaders handen en lijf als archieven, of beter gezegd, als dragers van trauma. Ik wilde individuele en collectieve herinneringen oproepen om te begrijpen hoe de oorlog een generatie aan mannen ontregelde, zijn stempel drukte op mijn vader en hem voor altijd in zijn slaap bleef achtervolgen. Ik had al eerder opgemerkt dat mijn vader vaak nachtmerries had, maar ik legde toen pas de verbinding.


Ik vroeg mijn vader om me zijn verhaal te vertellen, en het verhaal van de jonge man op de kleine foto. Ik legde het vast op camera. Maar gezien zijn vele stiltes, vroeg ik hem of hij het goed vond om in de studio gefotografeerd te worden. Daar stemde hij mee in. Terugkijkend denk ik dat we blij waren om samen tijd door te brengen en veilige momenten te creëren voor ons allebei. In de rust en duisternis van de studie begin mijn vaders lijf oorlogsverhalen te onthullen, al had ik toen dat zelf niet door.
Pas toen ik me onderdompelde in archieffoto’s van soldaten in de koloniale oorlog, en die composities met potloodlijnen versimpelde, realiseerde ik me dat elke houding die mijn vader instinctief aannam in de studio onthulde hoe de oorlog zich op zijn lichaam had gegraveerd. De tekeningen die voortkwamen uit dit proces van het simplificeren van archiefbeelden, anonieme silhouetten ontdaan van gezichten en wapens, dienden als framework voor het begrijpen van de foto’s die ik met mijn vader had gemaakt.

Je familie verliet het fascistische Portugal in Frankrijk, en je woont en werkt nog steeds in Parijs. Hoe zou je je relatie met Portugal omschrijven, en welke invloed heeft wonen in het buitenland op je vermogen om kritische vragen te stellen over de geschiedenis en hedendaagse politiek van het land?
Dat is een hele interessante vraag en ik ben blij dat je die stelt. Ik heb een hoop nagedacht over deze dualiteit.
Nadat mijn ouders tijdens de dictatuur naar Frankrijk vluchtten, koesterden ze de droom om naar Portugal terug te keren zodra het fascistische regime zou instorten. In 1974 maakte de Anjerrevolutie een einde aan het regime, maar daarop volgde politieke onrust. Mijn ouders waren aan het wachten op de juiste omstandigheden om terug te keren toen het nieuws kwam: mijn moeder was zwanger. Ik was het. Het waren de vroege jaren ‘80.
We hadden toen – en nu nog steeds – familie in Portugal. Mijn ouders zagen hoe zwaar zij het hadden, ook na de Revolutie. Veel huizen hadden geen stromend water, geen elektriciteit. De gezondheidszorg was erbarmelijk. Scholen lagen ver van huis. Er was nauwelijks werk dat voldoende betaalde. Al met al besloten mijn ouders in Frankrijk te blijven en afstand te nemen van hun droom. Ze wilden het beste voor de baby die eraan kwam.
Ik heb zowel de Franse als de Portugese nationaliteit. Ik ben verbonden aan beide landen. Al sinds ik geboren ben, ga ik minstens één keer per jaar naar Portugal. Ik spreek beide talen vloeiend. Vanaf de basisschool tot de universiteit kreeg ik les over Portugal. Ik stem in beide landen. Ik probeer zoveel mogelijk tijd in Portugal door te brengen.
Ik voel me waarschijnlijk zo genoodzaakt om werk over Portugal te maken, en kritische vragen te stellen, omdat ik van mijn ouders het onvervulde verlangen om terug te keren heb geërfd. Laten we eerlijk zijn: Frankrijk bood ons kansen die in Portugal niet bestonden, maar dat had ook een prijs. Mijn ouders hebben veel racisme ervaren; ik ook. We moesten ons gedeisd houden, twee keer zoveel werken zonder te klagen. We leefden in onzekere omstandigheden. Dat neem ik Frankrijk heel erg kwalijk, maar Portugal nog meer, want het zorgde niet voor haar kinderen, maar maakte het lastig voor hen om te blijven of terug te komen. Helaas geldt dit vandaag de dag nog steeds, lettend op de emigratiecijfers.
Frankrijk is verre van perfect, maar er is daar veel goeds. Het geeft me een waardering voor wat een land kan betekenen. Het is vanaf deze afstand dat ik naar Portugal kan kijken. Wanneer je fotografeert, heb je een bepaalde afstand nodig voor de focus. Ik denk vaak dat vanuit Frankrijk naar Portugal kijken voor mij de benodigde afstand is om een helder beeld van het land te krijgen.
De laatste tijd ben ik tot de conclusie gekomen dat het in wezen een atavistische behoefte is om te begrijpen waar mijn familie vandaan komt. Dan pas zal ik mijzelf volledig kunnen begrijpen. Dat is ook wat ik mijn zoon wil nalaten, die net als ik die dubbele nationaliteit heeft.


Je werkte een aantal jaar als advocaat voordat je een kunstopleiding ging doen. Waarom maakte je die overstap naar fotografie, en welke invloed heeft je juridische achtergrond op je kunstpraktijk?
Het was nooit mijn droom om advocaat te worden, maar die van mijn ouders. Zij zijn arm opgegroeid; ze hadden geen toegang tot onderwijs en moesten op jonge leeftijd gaan werken om hun familie te helpen. De kunstacademie, of fotografie, werden door hen niet als optie gezien; omdat ze zoveel hadden moeten doorstaan, wilden ze dat ik een baan vond die mij de ellende en vernederingen zou besparen die zij hadden meegemaakt tijdens de dictatuur, en later als emigranten in Frankrijk.
Ik wilde hen gelukkig maken en het gevoel geven dat hun offers het waard waren, dus ik bood ze een sociale wraak en maakte hun droom waar. Maar gaf mij dat voldoening? Absoluut niet. De overstap gebeurde nadat ik te maken had gehad met een gezondheidsprobleem, waarna ik opnieuw ging nadenken over mijn leven en wat ik daarmee wilde doen. Toen besloot ik om opnieuw te gaan studeren en ging ik naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag om fotografie te studeren.
Ik heb een aantal jaar gewerkt als arbeidsrechtadvocaat. Ook al vond ik de baan niks, de intellectuele gymnastiek was wel erg leuk. Juridische procedures lijken heel erg droog, maar vereisen een hoop creativiteit en aanpassingsvermogen.
In mijn praktijk zie ik de invloed van deze jaren in de juridische wereld. Het klinkt tegenwoordig erg cliché om te zeggen dat je werk research-based is, maar voor mij is het een tweede natuur. Ik vind het leuk om een onderwerp zoveel mogelijk te onderzoeken voordat ik mijn camera aanraak. Wat ik lees roept woorden, thema’s, vragen op, en daar komen dan mentale beelden uit voort. Dat is alsof je een zaak opbouwt en een strategie om een argument uit te leggen.
Bij het werk komt ook veel schrijven kijken. Voor het project ‘The Elephant’s Foot’ bijvoorbeeld, ben ik een reeks interviews aan het samenstellen en redigeren van leden van de gemeenschap. Ik ‘ondervraag’ ze. Hun getuigenissen zijn waardevol, niet alleen om te bewaren hoe de mijn en de werkzaamheden daar eruitzagen, maar ook om de hoge prijs te begrijpen die de mijnwerkers en hun families hebben betaald vanwege de uraniumwinning. Het zijn geschreven verslagen die de officiële verhalen en de stilte rondom de kwestie van uraniumwinning in twijfel trekken.
Meer Silvy Crespo:
Artikel Photoworks
Artikel Artdoc over The Land of Elephants
Artikel Noorderbreedte over The Land of Elephants
Interview met De Correspondent
Website