Krista Gay gebruikt de (beeld)taal van archivering, van chaotische online hercontextualisering tot de afstandelijke wreedheid van wetenschappelijk onderzoek, om representaties van Zwartheid en het Zwarte vrouwelijke lichaam te onderzoeken en terug te eisen. Haar werk beweegt heen en weer door de geschiedenis, en laat gevoelens en herinneringen zien die losstaan van de tijd, veranderend maar volhardend terwijl ze via familie, identiteit of ervaring worden doorgegeven.
In eerste instantie voelt het alsof haar kunst je bijna uitdaagt om ernaar te kijken; het staart je indringend en opstandig aan terwijl je werk gepresenteerd krijgt dat hard, onheilspellend of desoriënterend kan lijken. Langzaam ontdek je echter een intieme en fragiele openheid en openbaart zich een diepere, complexere dynamiek. De uitdaging is ook een uitnodiging, de opstandigheid ook kwetsbaarheid. Deze kwetsbaarheid is indrukwekkend, met name in The Child of Venus, waarin Gay haar eigen lijf hervormt en ontleedt om de ervaringen te belichamen van tot slaaf gemaakte vrouwen die onderworpen werden aan werkelijk kwaadaardige experimenten.

Je tentoonstelling The Tips of My Grandmother’s Finger Itch When I Say Her Name was recentelijk te zien in Sinkhole. Ik vind het prachtig hoe die naam taal, lichamelijke sensaties en familieverbindingen samenbrengt. Wat was de inspiratie hiervoor?
In mijn jeugd had mijn grootmoeder allerlei gezegden, zoals “verbrand het haar nadat je het kamt,” of “als je oor suist, is iemand over je aan het roddelen,” en “een jeukende handpalm betekent dat er geld aankomt.” Die zijn echt bij me blijven hangen, en ik volg ze nog steeds, ongeacht of ik er echt in geloof. Toen ik naar een titel zat te kijken, wilde ik iets dat dat gevoel kon overbrengen; een uitdrukking die voelde als een daadwerkelijk, tastbaar aandenken, verwijzend naar het spirituele maar niet te overduidelijk. Ik zocht naar een naam die me zou beroeren zoals de woorden van mijn grootmoeder dat deden.


De dynamieken en kracht van zien en zien geworden, met betrekking tot de Zwarte identiteit en het Zwarte vrouwelijke lichaam, staan in jouw werk centraal, en ik herkende dit ook in Which Way is Home. Dit werk bevat een aantal familiefoto’s waarin alles is vervaagd behalve de ogen, wat het interessante effect heeft dat de personen tegelijkertijd anoniem en hyper-aanwezig worden gemaakt. Hoe was het om op deze manier familiefoto’s te bewerken en te hercontextualiseren?
In eerste instantie was ik heel terughoudend om mijn familie als subjecten in mijn werk te introduceren, maar deze stukken waren de eerste keer dat ik besloot om het echt te proberen. Ik ben me heel erg bewust van het risico van objectivering wanneer mensen in deze context gefotografeerd worden; het risico dat de zielen van mijn naasten worden afgevlakt en ze volledig in subjecten veranderen, waarbij hun menselijkheid hen wordt ontnomen. Om ervoor te zorgen dat ze hun agency enigszins zouden behouden, vervaagde ik alles behalve hun ogen. Zo ontzegde ik de toeschouwer toegang tot de omgeving, tot de kleine persoonlijke details, maar gaf ik ze wel toegang tot iets meer directs: de ziel. Dit komt vanuit het geloof dat de ogen de “spiegel van de ziel” zijn. Het illustreerde ook de kracht van de blik; de indringende ogen die door het beeld heen komen en direct contact maken met de toeschouwer. Dat voelde voor mij altijd heel krachtig.
Je werk WINNER WINNER presenteert een collage van Zwarte vrouwen die belangrijke acteerprijzen winnen en benadrukt de spanning tussen marginalisering en erkenning. Ik vind de montage heel erg mooi: hoe de collage een visueel gedicht wordt met de stem van Sheryl Lee Ralph die erdoorheen snijdt, en hoe het eerst feestelijk voelt, maar ook een sterk onderliggend gevoel van gemis heeft. Zou je kunnen vertellen over het montageproces en de keuzes voor welke fragmenten je op welke punten wilde uitlichten?
Wanneer ik monteer, probeer ik altijd een duidelijk contrast te creëren tussen wat op de voorgrond en wat op de achtergrond is. Dit was superbelangrijk voor dit stuk, met name met het geluid. Het begon allemaal nadat Sheryl Lee Ralph won, wat me meteen deed denken aan de winst van Halle Berry, waarvan ik nog weet dat dat groot nieuws was als kind. Mijn tijd in de academische wereld deed me veel nadenken over wat het betekent om “De Eerste Zwarte Vrouw die [vul in] doet” te zijn. Dit project was een kans om diep in te gaan op dat specifieke moment: de voorgrond gaat over het succes en het gevoel van “vrijheid”, maar de achtergrond kaart een complexere waarheid aan over wie gezien mag worden en wat gehoord mag worden. Ik maakte een sonisch statement met de daadwerkelijke woorden uit elk dankwoord, met bewuste selecties van wat echt door de montage heen snijdt, wat echoot, en wat gewoon in de achtergrond wegvalt.

Ik vond je gesprek met Hunter Blu over taal heel erg interessant. Eén uitspraak die me heel erg bijbleef was: “People’s culture is robbed through language. Queer culture is robbed through language; black culture, robbed through language; underground nightlife culture, robbed through language.” Ik denk dat ik impliciet wel begrijp wat je hiermee bedoelt, maar hoopte dat je hier meer over zou kunnen uitweiden. Hoe besteelt taal? En wat wordt er in dit proces gestolen?
Ik ben constant teleurgesteld in taal en het vermogen om gebruikt te worden als het middel waarvoor het was bedoeld. Het probleem dat ik heb met taal is denk ik gebaseerd op performance. Ik denk dat woorden te veel geïntellectualiseerd zijn en daardoor betekenisloos zijn geworden.
We willen als mensen begrepen worden, en taal is een van de middelen die we gebruiken om dat begrip te vinden, maar ik heb het idee dat diezelfde behoefte aan begrip ons heeft aangezet tot oversharing en uiteindelijk heeft geleid tot een milieu waarin we onze collectieve en individuele culturele identiteiten te streng zijn gaan bewaken. Dezelfde taal die was gecreëerd om mensen identiteit te geven is de taal van de massa geworden, en de taal van de politie.

Om het meer over taal te hebben: op de ‘About’-pagina op je website, staat dat jouw werk “de toeschouwer verwelkomt in een ruimte waar voyeurisme geaccepteerd wordt en daarna achterover leunt en de toeschouwer beschouwt. Het kijkt naar binnen vanaf de andere kant om de blik op het Zwarte vrouwelijke lichaam terug te eisen.” Ik vind het echt fantastisch hoeveel ideeën hier worden gepresenteerd, en wilde graag dieper op deze tekst ingaan.
Zien is macht.
Wie kan wie zien – de dominante.
Wie wordt er gezien – de onderdanige.
Vanuit Zicht/Zien ontstaat een diep intieme relatie. Denk maar eens aan de laatste keer dat je betrapt werd terwijl je in het openbaar naar een vreemde zat te kijken: het moment dat ze je betrappen, wat er dan gebeurt, of je wegkijkt of je blik juist blijft vasthouden. De keuze is aan jou, maar de keuze geeft je ook een machtspositie. Als Zwarte vrouw breng ik die ideologie in de praktijk. De verhoudingen verschuiven vanwege de historische onderwerping van het Zwarte lichaam en daar ontstaat alle speelruimte.
Ik ben benieuwd naar het idee van voyeurisme en het proces van het acceptabel maken. Wat betekent voyeurisme met betrekking tot Zwarte identiteit, en het Zwarte vrouwelijke lichaam in het bijzonder? Hoe creëer je een ruimte waarin het geaccepteerd wordt?
Ik heb expres het idee van voyeurisme opgeëist, met name als het over het Zwarte femme lichaam gaat, en het een bron van mijn eigen kracht gemaakt. Dit is iets waar ik in mijn persoonlijke leven nog steeds aan werk, maar mijn kunst is waar ik echt verken en speel met hoe we naar elkaar kijken, specifiek: wie bekijkt wie. In mijn werk ben ik degene die altijd zit te kijken, en plaats ik mezelf bovenaan die hele structurele zichtshiërarchie. Elke blik wordt door mij geleid. Door die blik via beeld, montage en installatie te leiden, krijg ik mijn persoonlijke macht.

Dit is misschien vanwege mijn cis-het witte mannelijkheid, maar ik stel me de toeschouwer (of voyeur) in deze context automatisch voor als een witte man. Ik vroeg me af of jij specifiek iemand in gedachten had. Wie stel jij je voor als de toeschouwer?
Ik probeer ruimdenkend te zijn in mijn voorstelling van wie er vanaf de andere kant naar binnen kijkt, ik wil geen aannames maken over wie mijn publiek is. Ik denk altijd na over een publiek en hun relatie tot het werk, maar laat het nooit de presentatie van het werk beïnvloeden. Ik heb gemerkt dat eigenlijk iedereen wel een toegang tot het werk can vinden; zwart, wit, cis, het, queer, wie dan ook. We komen meer overeen dan we denken.
Wanneer je “naar binnen kijkt vanaf de andere kant” om de toeschouwer te beschouwen, wat zie je dan? Wat gebeurt er als mensen zich overgeven aan voyeurisme?
Wanneer je je overgeeft aan voyeurisme, geef je je over aan kwetsbaarheid, geef je je over aan onderwerping. Het is een enge plek om te zijn. Maar je krijgt wel goed inzicht, je krijgt de kans om te zien waar de gaten zitten in hoe we elkaar begrijpen, je krijgt een mate van kennis die alleen toegankelijk is voor degenen onder ons die in de marge leven. Je krijgt te zien wat echt echt is.


In The Child of Venus gebruik je je eigen lichaam als subject om je Zwarte vrouwelijkheid, de pijnlijke relatie tussen de wetenschap en Zwarte vrouwen, en de blik op het Zwarte vrouwelijke lichaam te verkennen. In het werk presenteer je jouw lichaam naakt en gefragmenteerd of ontleed. Het lijkt me ontzettend kwetsbaar om jezelf op deze manier neer te zetten, niet alleen naakt maar ook uit elkaar gehaald. Hoe was het om dit werk te maken en jezelf zo te presenteren.
Werkelijk, dit was een van de zwaarste projecten waar ik ooit aan heb gewerkt. Het vereiste dat ik er alles voor gaf. Ik nam een diepe duik in de geschiedenis van de moderne gynaecologie en de levens van drie tot slaaf gemaakte vrouwen: Betsy, Lucy en Anarcha, die werden blootgesteld aan brute experimenten. Ik probeerde mezelf echt volledig in dit project te storten om fatsoenlijk en respectvol de impact over te brengen van wat deze vrouwen hebben moeten doorstaan. Het was een ongelooflijk intensief project, al helemaal omdat er zo weinig persoonlijke details van deze vrouwen zijn. We weten hun namen en de pijn die ze hebben ervaren, maar dat is het. Ik moest veel van mezelf gebruiken om de gaten in te vullen, ik moest hun ervaringen tot mijn eigen verhouden om door hun ogen te kunnen zien en werkelijk te begrijpen wat ze hebben doorstaan.


Je hebt gezegd dat dit werk is gevormd door je liefde voor sciencefiction. Wat vind je zo mooi aan dit genre? En hoe heeft dat The Child of Venus beïnvloed?
Ik ben al mijn hele leven fan van sci-fi, voornamelijk via mijn ouders. Zij hielden allebei echt van de classics; Star Trek, The Twilight Zone, Alien vs. Predator. Ik heb het altijd zo mooi gevonden hoe de beste sci-fi naar de geschiedenis kijkt om een toekomst voor te stellen. Dat is goede storytelling, niet alleen sciencefiction.
Ik hield dat in gedachten toen ik het verhaal voor The Child of Venus aan het opbouwen was. In mijn onderzoek keek ik naar de onderwerping van vrouwen als Saartjie Baartman en gebruikte dat om over het heden na te denken. De naam ‘Child of Venus’ koos ik omdat ik, door het verhaal heen, eigenlijk de rol speelde van nageslacht van de Hottentot-Venus; een genetische en generationele voortzetting van haar, eentje die nog steeds moet omgaan met een realiteit die niet volledig anders is dan de hare, maar in een totaal andere tijdlijn.

Je Instagram-profiel is @digitalblackface.jpeg. Waar komt deze naam vandaan, en wat is ‘digitale’ blackface in tegenstelling tot ‘echte’ blackface?
Ik heb de naam geleend van een JPEGMAFIA-nummer, ‘Digital Blackface’, maar het voelde altijd passend. Simpel gezegd wordt mijn fysieke aanwezigheid, mijn lichaam van vlees en bloed, toevallig vergezeld door mijn “Blackface”. Wanneer ik overga in mijn digitale wezen, mijn vloeibare lichaam, blijft mijn “Blackface” onveranderlijk. Digital Blackface. Hoewel ik me bewust ben van het academische gebruik van de term, die verwijst naar online uitdrukkingen van Zwartheid, zie ik het ook als een rechttoe rechtaan taalkundige keuze. Om het eenvoudig te houden, ik, Krista, besta online, en ben slechts één van de vele Digital Blackfaces.
Dank je wel voor het bespreken van je werk! Ik ontdekte je werk dankzij een aanbeveling van Abbey Gilbert (die op haar beurt weer door Ash Oakley was aanbevolen). Om dit voort te zetten: is er een kunstenaar wiens werk je graag zou aanbevelen?
Ik denk dat je contact moet zoeken met mijn goede vriend en regelmatige medewerker Jesus Vasquez. Jesus is een geboren en getogen New Yorker, wiens overpeinzingen over hoe de stad leeft een raakvlak vormen voor Amerikaanse en internationale politiek. Momenteel onderzoekt hij de vergankelijke dingen van de stad aan de hand van een namaak-bouwplaats. Zijn onderzoek verkent de oorsprong van deze objecten: hun makers, hun boodschap voor de gemeenschap, en uiteindelijk ook zijn eigen relatie tot deze voorwerpen als iemand die al zijn hele leven in de stad woont. Uiteindelijk gaat het daadwerkelijk over de dromen en nachtmerries van wat het betekent om te overleven in grote metropolen, New York in het bijzonder.
Meer Krista Gay: