Aan het begin van 2025 overleed mijn oma, mijn laatste grootouder. Met het verdriet en het leegruimen van haar huis kwam ook de langzame realisatie dat er een toegang was verdwenen naar kennis en verhalen van vroeger; een klein stukje van de wereld was nu afgesloten. Toen ik Murmuring Matter van Zoë Sluijs zag, moest ik meteen aan mijn grootouders denken. Ik moest denken aan het veld waar de ouders van mijn vader zijn uitgestrooid en aan het graf waar de ouders van mijn moeder zijn begraven.
Het multidisciplinaire project is een onderzoek naar luisteren; naar elkaar, maar vooral ook naar het niet-menselijke. Hoe vloeien wij over in de natuur? Neemt de grond de verhalen op van onze grootouders, en kunnen we dat dan horen? Deze zoektocht naar manieren om ons met het niet-menselijke te verbinden en de uitnodiging om je geest (en oren) hiervoor te openen, is een belangrijk thema in Sluijs’ werk. Hoe kunnen we onze verbeelding gebruiken om nader te komen tot de fysieke wereld om ons heen?


In je artistieke praktijk gebruik je storytelling (in verschillende vormen) om de vele verbindingen tussen levende (en mogelijk levende) organismen te onderzoeken. Hoe is jouw band met de natuur ontstaan? En ervaar je deze band nu anders dan toen je als kunstenaar begon?
Het is lastig om ons te verhouden tot ‘de natuur’, een begrip waarvan de (wat onduidelijke) definitie zelf ook een scheiding lijkt mee te nemen tussen mens en natuur. Ik ben ervan overtuigd dat we allemaal in meerdere en mindere mate een band hebben met ‘de natuur’, aangezien we daar zelf toe behoren. En het is precies wat je zegt: de verschillende relaties tussen levende entiteiten, die fascineren mij.
Wat het kunstenaarschap mij heeft kunnen bieden is de vrijheid om vragen te stellen over deze relaties die niet per se beantwoord hoeven te worden. En de aanpak om die vragen te stellen hoeft niet per se binnen het rationele denken plaats te vinden. De vrijheid om te speculeren en te fantaseren zorgt ervoor dat ik mijn relatie tot anderen kan blijven herontdekken en verdiepen.
Wat vind je precies zo fascinerend aan die relaties tussen verschillende levende entiteiten?
Het is in die relaties dat we meer over onszelf kunnen leren. Omdat het toegankelijker is om te zien hoe bijvoorbeeld een plant niet los te zien is van de bodem waar die water/voeding uit haalt, en niet los te zien is van de lucht waarbij zuurstof en koolstof worden uitgewisseld. Die poreusheid van het lichaam, waarbij de één overloopt in de ander, is voor ons als mens niet anders. Toch zit het onderscheiden (en inbrengen van een hiërarchie) tussen organismes erg diep geworteld in de westelijke denkwijze. In dit onderzoek ontdek ik telkens weer opnieuw hoe zeer mijn eigen wereldbeeld hierdoor wordt gevormd. Dat is soms best confronterend. Ik ervaar het dan ook als een belangrijke uitdaging om mijzelf niet als individu te ervaren, maar om te zien hoe hetgeen dat ik eet, dat ik in- en uitadem, het water dat door mijn lichaam stroomt, mij onlosmakelijk verbindt met de rest van de wereld.
Waarom is storytelling zo’n waardevol middel om zulke verbindingen te onderzoeken en te versterken?
De manier waarop wij onze omgeving begrijpen hangt aan elkaar vast met verhalen. Het is een methode die we sinds het begin van de mensheid gebruiken om onze leefwereld te verklaren. De manieren waarop we ons verhouden tot anderen (mens of niet mens) zijn dan ook verbonden met de verhalen die we tot ons nemen. Deze relaties zijn afhankelijk van hoe we de ander begrijpen. Het verhaal als medium geeft ook de mogelijkheid om een situatie vanuit het perspectief van een ander te beleven. Deze vorm van empathie is noodzakelijk om op een gezonde manier een relatie met een ander te ontdekken. En ook geeft het ruimte voor speculatie en radicale hervorming van ons perspectief of alledaagse omgeving.

Op je website zie je als eerste het citaat “If the rock and the plant that seem not to say much are in fact living story creators, then maybe it is a matter of learning a new language.” Waar komt dit citaat vandaan?
Dit is een citaat uit een stukje tekst dat ik ooit schreef voor een performance in het AG in Utrecht. Tijdens de performance schreef ik de tekst op een overhead projector die het weer op de muur projecteerde. Daarna deed ik een korte voordracht. Dit was het begin van een hereniging met een groter onderzoek naar taal en verschillende manieren van luisteren naar hetgeen dat in eerste indruk niet lijkt te spreken. In 2019 heb ik een fotografisch boek gemaakt waarin een groep wetenschappers op zoek gaat naar leven in gesteente. De wens om iets te doen met die stilte, of wat wij interpreteren als stilte, is iets wat in mijn werk vaker terugkomt.

Je begon oorspronkelijk als fotografiestudent, maar bent je daarna (onder andere met collectief De Nieuwkomers) gaan richten op meer multidisciplinaire en onderzoekende kunst. Hoe ontstond het verlangen om je praktijk op deze manier te verbreden?
Klopt, tot 2020 heb ik voornamelijk exclusief met fotografie gewerkt. En het opzetten van het kunstcollectief De Nieuwkomers heeft daar zeker een frisse wind doorheen laten waaien. We woonden tussen 2020 en 2023 in antikraak-boerderijen met een moestuin en kippen. Hier nodigden we kunstenaars uit voor residenties en organiseerden we publieksmomenten. Mijn praktijk en mijn dagelijks leven waren in deze periode niet van elkaar te scheiden, en zo werd het tuinieren, het koken, het vormen van een alternatieve woonsituatie net zo goed onderdeel van mijn werk. Alhoewel het collectief zelf op dit moment niet actief is, is de impact die het heeft gehad op mijn artistieke ontwikkeling nog steeds tastbaar.
Zou je meer over De Nieuwkomers kunnen vertellen? Hoe hebben jullie elkaar gevonden en wat was de motivatie om als kunstcollectief aan de slag te gaan?
Wij hebben elkaar leren kennen tijdens onze bacheloropleiding fotografie en film. In het jaar 2020 studeerden we af, en door alle ontregeling van het begin van de pandemie verliep dat met horten en stoten. Dit was jammer, maar het heeft ons ook de ruimte gegeven om na te denken over wat we als vers afgestudeerde kunstenaars zouden willen doen. We wilden graag samen gaan wonen en vanuit de zoektocht naar een woning ontstonden veel vragen over ‘samen leven’. Nadat we de keuze hadden gemaakt anti-kraak te gaan wonen in buitengebieden, hadden we de ruimte en tijd om deze vragen op een speelse manier aan te vliegen.
Het was ook een reactie op het maken van kunst binnen institutionele omgevingen. We waren op zoek naar een vrije manier van maken binnen de kaders die we zelf konden creëren. Zo werd het delen van een moestuin, het samen koken en verbinding zoeken met de omgeving onderdeel van onze kunstpraktijk.

Murmuring Matter komt (voor een deel) voort uit het overlijden van je opa en de verbeelding dat zijn vele verhalen nu de grond in blijven stromen. Als iemand die aan het begin van dit jaar zijn laatste grootouder heeft verloren, vind ik dat beeld heel ontroerend en troostend. Het voelt heel intuïtief en vanzelfsprekend, maar ik had er nog niet eerder op die manier over nagedacht. Hoe kwam je tot dit beeld?
Mijn grootouders zijn begraven op een bijzondere locatie. In de buurt van waar ze hebben gewoond ligt een natuurbegraafplaats. Dit is een bos waarin een klein perceel wordt gebruikt als rustplaats. Hier is verder weinig aan te zien: er staan geen stenen of bordjes om aan te duiden waar de mensen liggen. Maar dat is ook niet nodig. Ik weet nog precies tussen welke bomen we mijn grootouders hebben neergelegd. Vanaf het pad kan ik kijken naar de bomen die om hen heen groeien. En op deze plek verdwijnt voor mij de scheiding tussen mens en landschap. Mijn grootouders zijn daar onderdeel geworden van het bos. Hier vroeg ik me dus af: als mijn opa’s lichaam het bos is geworden, waar gaan de verhalen heen die tijdens zijn leven van zijn lippen leken te rollen?
Zelf schreef hij weleens. Zo heeft hij ook een ‘pocket book of English’ geschreven, waarin hij onder andere beschrijft hoe we met onze longen, stembanden, tong en lippen klanken vormen die woorden worden. Dit inspireerde me ook om erover na te denken hoe we naar verhalen zouden kunnen luisteren wanneer deze lichamelijkheid niet meer van toepassing is.
Bij het zien van je werk werd ik herinnerd aan een theorie die ooit aan mij werd gepresenteerd: alle kunst komt voort uit een angst voor de dood. Ik ben het niet eens met deze stelling – ik vind het erg simplistisch – maar ben eigenlijk wel benieuwd naar hoe jij hierover denkt. Wat zou jouw reactie zijn op deze theorie?
Dit is voor mij niet een bekende theorie. Maar mijn eerste reactie zou zijn dat ik in dit project niet vanuit angst, maar vanuit nieuwsgierigheid heb gehandeld. Daarnaast gaat dit werk voor mij ook niet over de dood. Het gaat voor mij om taal, om leren luisteren en de relatie bevragen met het niet-menselijke. Je zou zelfs kunnen stellen dat dit werk leven en dood beide onder de arm neemt. Gelijk maakt. Als beide onderdeel van voortbestaan.


In werken als The Possibility of Life and Consciousness Within Rock en Murmuring Matter zit een interessante spanning tussen empirische wetenschap en alternatieve vormen van kennis. Waar komt de keuze vandaan om je projecten door zo’n wetenschappelijke lens te benaderen?
Omdat die wetenschappelijke benadering zo veel invloed heeft op mijn wereldbeeld, is het interessant om daar in mijn werk op een heel andere manier mee om te gaan; met de taal, de esthetiek en de tools die worden gebruikt. Als kunstenaar mag je de apparatuur op een speelse manier gebruiken. Het idee dat met wetenschappelijke tools een heldere waarheid wordt ondervonden wordt hiermee in twijfel getrokken. Net als een camera, maakt een microfoon een vertaling van hetgeen dat het vastlegt. Net zo goed als onze ogen en oren licht en geluidsgolven opvangen die wij interpreteren. Er ontstaat frictie tussen de vrije interpretatie, harde data, en een speculatieve benadering.
Voor dit project heb je een speciale microfoon gebruikt ontworpen door kunstenaar Jez Riley French. Hoe heb je zijn werk ontdekt, en heb je ook andere technologieën of technieken onderzocht voor je project?
Het werk van Jez Riley French werd aan mij getipt door een studiegenoot. In zijn werk denk ik die speelse aanpak met gebruik van wetenschappelijke tools te herkennen. Met verschillende technieken maakt hij muziek en installaties samen met zijn dochter. Daarnaast heeft hij de microfoon die hij heeft ontwikkeld toegankelijk gemaakt voor anderen.
Een heel andere techniek om te luisteren naar landschap heb ik leren kennen door het werk van Pauline Oliveros. Zij was een muzikant en componist die verschillende luistertechnieken heeft ontwikkeld en wereldwijd heeft gedeeld. Haar oefeningen staan dicht bij vormen van meditatie en zijn toegepast in luistersessies, maar ook performances waarin gezongen wordt of met instrumenten experimentele stukken worden geïmproviseerd. Haar werk gaat om het luisteren met je hele lichaam. Hierbij wordt wederom de grens tussen het eigen lichaam en de omgeving bevraagd. In bijvoorbeeld ademoefeningen waarbij het bewustzijn wordt gestuurd naar de lucht die het lichaam binnenkomt en verlaat. Maar ook door te onderzoeken waar in je lichaam je verschillende trillingen van geluidsgolven kunt voelen. Of door alleen al de vraag te stellen tot hoe ver je gehoor reikt, wordt je op een andere manier verbonden met je omgeving. Deze technieken zijn teruggekomen op verschillende momenten in mijn onderzoek.


Murmuring Matter bestaat uit een presentatie van je onderzoek in de vorm van een installatie, maar ook uit gezamenlijke luistersessies, een verhalenavond en een natuurwandeling. Wat is je het meeste bijgebleven aan deze gemeenschappelijke activiteiten?
Voor mij zijn de evenementen een cruciaal onderdeel van het werk. Daarin komt het tot leven, bijvoorbeeld in de gesprekken die plaatsvinden. Het is wanneer anderen de kans krijgen om actief onderdeel te worden van het onderzoek dat er mooie dingen gebeuren. Zo hadden we bij de luistersessie een heel intieme exploratie van geluid en onze eigen stemmen, in de verhalenavond bleek er herkenning te worden gedeeld wanneer er verhalen werden verteld vanuit verschillende hoeken van de wereld, en bij de wandeling werden we gegrepen door het grote leven van kleine kikkertjes en luisterden we naar een oude kastanjeboom met een contactmicrofoon.
Het zijn deze bijzondere momenten die ontstaan in situaties waar ik plaats voor heb gemaakt, maar die worden gevormd door de mensen die deelnemen.
Het voelt een beetje flauw om te vragen, maar wat hoor je als je naar een kastanjeboom luistert?
Dat is helemaal geen flauwe vraag. Ik denk dat dat dé vraag is. De vraag ‘waar luisteren we nu naar?’ komt altijd op wanneer ik de contactmicrofoon gebruik. Het gaat mij niet vaak om het antwoord, maar om het speculeren dat op de vraag volgt. Dit hield ons ook bezig terwijl we aan het luisteren waren naar de kastanje. Een gedeelte van de boom bestond uit dood hout, waarin we de beweging van de vele mieren konden horen. Het krioelde. Dat klinkt als een aaneenschakeling van kleine kraakjes en tikjes. Alsof eraan geknaagd werd.
Later, toen de wind wat opkwam, hoorden we ook een jonge berk tegen de takken van de kastanje wrijven. Ik vind het geluid van een piepende en krakende boom in de wind zelf fantastisch. We realiseerden ons ook dat het geluid van de wuivende berk dus door de kastanje trilt. Dat die twee als buren met elkaars beweging te maken hebben.
Meer Zoë Sluijs: