Welkomstwoord

Een treurig huis,
zal ik een treurig huis voor je bouwen?

Een huis dat nog galmt van wachtrijen
aan mensen die ‘ja’ zeiden zonder beter te weten.
Die daarmee bloedhonden werden, of wolven,
als ze niet al wolven waren.

Een huis gekerfd uit de zeep van het wereldrijk,
dat ooit zal oplossen in de zee en dus wegkijkt
van het water. Met muren achter de deuren
en deuren achter de muren.

Een huis van het beton dat ooit Toekomst heette,
nu Kracht, Achterstand of Vogelaar. Ooit gekust
door kinderschoenen maar daarna verteld
dat dat geen geluk was.

Straten in de lucht,
stoeptegels als enkelbrekers.

Een huis met een skelet van paardenbotten
voor als ze je wegsturen bij de bruggen en tuinen,
naar een steegje wijzen en bij een nooduitgang
een pyrofore jurk aanmeten.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Poetry