Nils Dijkstra: Verzamelaar van fascinaties

Nils Dijkstra is een grafisch ontwerper die recentelijk zijn bacheloropleiding aan de HKU heeft afgerond met het werk 21st Century Archaeology. Aan de hand van de iPhone onderzoekt dit boek het fysieke aspect van ons digitale tijdperk; achter het strakke design van onze smartphones en de magische online wereld die ze ons presenteren, schuilt een wirwar aan onderdeeltjes en metalen. Wat gebeurt er als je de iPhone ontleedt en deze bijna onzichtbare materialiteit in beeld brengt en tastbaar maakt?

Dijkstra’s werk komt voort uit fascinatie. Zijn boeken nemen je mee in die fascinaties en onthullen gaandeweg, door patronen te presenteren en iconografie te ontleden, wat er nou precies zo interessant aan is. Het hoeft je niet uitgelegd te worden, je moet er gewoon open voor staan. 

Dit interview is bewerkt voor lengte en duidelijkheid.

21st Century Archaeology

Het eerste werk dat ik van jou heb gezien was 21st Century Archaeology. Zou je daar wat meer over kunnen vertellen?

Ja, ik heb het bij me.

Leuk!

Het is eigenlijk een soort uiteenzetting van de iPhone. Maar dan niet als digitaal object, maar echt als fysiek object. In het eerste hoofdstuk haal ik de iPhone helemaal uit elkaar en print ik alle onderdelen. Ik wil onderzoeken wat er eigenlijk gebeurt met zo’n apparaat als het niet meer gebruikt wordt, als het verouderd is, als het in je kast blijft liggen. Wat kan je er nog mee? Is het misschien nog ergens nuttig voor?

En het tweede hoofdstuk gaat echt over de fysieke materialen die erin zitten – dus dat zijn vooral metalen, heel veel – en waar ze vandaan komen. Dus uit mijnen. Bij alles leg ik uit wat het is en waar het voor gebruikt wordt. En in een essay ga ik in op de ontwerpgedachte achter de technologie, vooral van Apple en dus Steve Jobs.

Hoe kwam je erbij om dit onderwerp te nemen voor het project? 

Dat soort dingen komen heel natuurlijk. Ik zag in een vakantieboek over Zweden allemaal van die rode huisjes. Die heb ik toen uitgeknipt en daar een klein boekje van gemaakt. Toen vroegen mensen wat voor huisjes dat eigenlijk zijn. Waar komt het vandaan? Daar ging ik onderzoek naar doen, en het bleek dat ze restproducten uit kopermijnen gebruiken voor die verf. Toen ging ik meer onderzoek doen naar mijnen en andere metalen, en zo kwam ik bij deze materialen en deze plekken.

Ik had niet verwacht dat je er op die manier terecht zou zijn gekomen. 

Ja, ik ook niet. Ik had er ook helemaal niet aan gedacht dat ik zoiets zou gaan doen.

Als je dan het onderwerp hebt bedacht, hoe zet je dat dan om tot een uitwerking? Hoe ziet dat keuzeproces eruit? 

Ik begon met prints maken. Ook van andere dingen, zoals laptops en computers. Ik ging daar ook op printen met roest. Ik had eigenlijk een hele techniek bedacht waarop je metaal kan laten roesten met chemicaliën, en als je daar dan op een bepaalde manier lak op doet, dan krijg je een soort roestprint. Ik heb ook cyanotype geprobeerd op metalen.

Het draaide eerst om al die technologie en de materialen die daarin zaten, en toen bedacht ik me dat het misschien één object moest zijn. En wat is dan het meest iconische? Voor mij is dat de iPhone.

De prints die je hebt gemaakt deden mij heel erg denken aan oude historische documenten. En ik vond het heel interessant dat je een heel erg modern object presenteert alsof het iets heel erg ouds is. 

Ja, en daarom ook de titel. Het is een soort archeologie: ik trek het uiteen alsof het een artefact is.

Het deed me ook heel erg denken aan een werk waarin iemand had geprobeerd om AI in kaart te brengen; dus het technologische aspect, maar ook waar alle materialen vandaan komen, hoe die over de wereld worden verplaatst etc. En dat is uiteindelijk een gigantische uiteenzetting geworden van wat er in zo’n abstract ding zit.

Ja, dat is ook iets wat ik in mijn essay bespreek. Iemand heeft daarover gezegd dat het ontwerp ook een soort anesthetic is, dus dat het heel erg kan verdoven wat iets eigenlijk is. Het is een moderne manier van ontwerpen die ook in de architectuur heel populair is: een zo strak mogelijk ontwerp met zo min mogelijk knopjes. Zo krijg je als gebruiker zoveel mogelijk afstand tot waar het vandaan komt en wat erin zit. Daarom wilde ik dat laten zien.

Merk je dat dan ook heel erg jouw blik op technologie, jouw omgang daarmee ook beïnvloedt? 

Eigenlijk alleen met wat ik in het eerste hoofdstuk probeer te vertellen. Ik vroeg op Instagram of mensen nog oude telefoons hadden liggen, en ik kreeg er echt veel. Iemand gaf me zo zes oude telefoons, die lagen gewoon in een la. Terwijl je… dat kan je heel goed recyclen, in plaats van dat je allemaal nieuwe gaten moet gaan graven om die materialen te krijgen. Daar denk ik nu veel meer aan.

Ik heb thuis ook nog oude telefoons liggen. Maar ik heb dan toch ergens het gevoel dat er nog allemaal belangrijke dingen op staan, waardoor ik ze niet zomaar kan weggeven. 

Ja, het is eigenlijk heel raar dat het een oud, kapot object is en toch… toch geven mensen er een soort waarde aan.

 

Je hebt eerder een project gemaakt dat voortkwam uit jouw liefde voor stenen en mineralen verzamelen

Die heb ik ook bij me! Dat zijn risoprints. Ik weet niet of je dat een beetje kent.

Nee?

Ja, het is een risoprinter, die print in één kleur. In dit geval zwart. En daarom zie je ook allemaal puntjes, als je heel erg goed kijkt. Want hij kan dus geen grijs printen, dus als je grijs wilt, dan moet je een soort van optisch minder puntjes neerzetten.

Maar ja, dit is ook iets, ik hou van verzamelen. Dat is een soort van thema in mijn werk. Verzamelen en dan hopen dat andere mensen het ook interessant vinden.

Merkte je dan ook dat je vanuit hier al een idee had hoe je voor 21st Century Archaeology grondstoffen, materialen, metalen visueel wilde benaderen? Of was het weer een heel nieuw proces?

Nou, het is inderdaad – ik heb daar nog niet zo over nagedacht – wel een soort van gelijke benadering. Ik had die link niet heel snel gelegd. Andere mensen misschien wel, ik ben voor sommigen nu een soort van stenenmannetje.

Je had het er over dat je graag dingen verzamelt, en op je website heb je ook staan dat je werk voortkomt uit persoonlijke, bijna obsessieve fascinaties. Het is misschien lastig om concreet te benoemen, maar hoe ontstaan zulke fascinaties voor jou?

Ja, dat is inderdaad heel moeilijk om te benoemen.

Ben je echt actief op zoek naar dingen? 

Nee, dat niet. Ik heb bijvoorbeeld ook een boek over vlaggen gemaakt, Red, White, Blue. Dat is ook zoiets; ik ga dan alle vlaggen van de wereld leren. Ik ken ze allemaal. Als je mij een vlag laat zien, dan ken ik hem. Dan ga ik dat allemaal verzamelen en met een soort van geschiedenis in kaart brengen. En zo ontstaat er vanzelf wel een verhaal, want je gaat patronen herkennen – dat je bijvoorbeeld vaak de Franse vlag ziet. Dat is denk ik het eerste boek waarin ik echt zo’n soort fascinatie heb uitgewerkt.

Maar ja, ik kan niet echt concreet zeggen waar dat dan vandaan komt. Dat komt opeens tot me en dan ga ik me erin verdiepen.

Er was niet iets wat jou er actief toe zette om vlaggen te gaan herkennen? 

Nee, en dat ik die vlaggen ooit heb geleerd, dat was voordat ik besloot om daar een boek over te maken.

How to be Erased

Een ander boek van jou, How to be Erased, heeft een uitgangspunt dat voor mij ook een soort fascinatie zou kunnen worden. 

Dat kwam vanuit een documentaireserie die ik had gezien op Netflix, genaamd How to be a Tyrant. Dat is een zesdelige serie waarin elke aflevering een dictator wordt besproken met een bepaald thema. En het was volgens mij de aflevering van Jozef Stalin waarin werd besproken dat je gewoon mensen kan verwijderen uit foto’s of archieven. En dat vond ik ook heel fascinerend.

Dus dat heb ik ook verzameld. Het was wel echt lastig om veel materiaal van te vinden.

How to be Erased

Ja, want hoe vind je dan de mensen die verwijderd zijn? 

Ja, gewoon googlen naar artikelen en daar komen nog meer artikelen uit. Het zijn vaak dezelfde voorbeelden, maar soms vind je weer nieuwe dingen. En dan nog bedenken hoe ik dat laat zien. Dus je ziet eerst de nieuwe foto die aan de wereld is laten zien. Dan denk je: dat is een normale foto. En dan komt degene die verwijderd is. Sommige zijn echt heel bizar, hoeveel mensen worden verwijderd. En elk hoofdstuk begint met een nieuwe dictator, die op zijn beurt gecensureerd is.

Misschien zie je trouwens ook een soort patroon in covers. Ik ben niet zo goed in covers maken. In het begin dacht ik: ik ga gewoon overal een soort patroon op gooien, en dan hoeft er geen titel op. Ik vind titels moeilijk.

Wat vind je er moeilijk aan? 

Het blijkt dus dat tekst best wel… Ik ben er op zich voor opgeleid, maar tekst is best wel moeilijk om mooi te krijgen op een cover. Ik hou er ook wel een beetje van dat je beeld kan gebruiken om iemand zijn fascinatie te trekken, en dan wel gelijk in de eerste pagina de titel te hebben. Maar ik vind niet dat je een titel moet hebben op een boek.

En überhaupt de titels verzinnen voor een project?

Dat vind ik ook heel moeilijk. Ik kreeg ooit de tip dat je je inspiratiebron kunt gebruiken als titel. Dus toen maakte ik How to be Erased van How to be a Tyrant. Maar je krijgt eigenlijk niet geleerd hoe je titels moet verzinnen.

Is het dan het idee dat het iets overkoepelends moet zijn? Of dat je het goed moet vangen?

Ja, en dan ook nog een beetje goed klinken. Dat vooral. Het moet ook logisch zijn. Ik had voor 21st Century Archaeology eerst ‘Digital Archaeology’ bedacht, maar dat klinkt weer alsof je het digitale aspect gaat uitpluizen. Maar het gaat juist over het fysieke object dat je als een soort archeoloog gaat onderzoeken.

En je zei net ook dat je tekst op covers vaak niet zo mooi vindt.

Ja. Sommige mensen kunnen het wel.

Ik vind het opvallend dat je dan wel op je website bij al je projecten benoemd wat voor lettertypes je hebt gebruikt. Heb je daar een specifieke benadering voor? Of is het op gevoel dingen proberen?

Het is vooral op gevoel. Meestal heb ik al een paar favorieten, maar eigenlijk is het gewoon rondkijken op de Adobe-website. Ze lijken allemaal heel erg op elkaar, maar het gaat dan om hele kleine dingetjes. Zoals een ‘t’ met een heel subtiel schuin stukje. Dat is het dan: hele kleine subtiele dingetjes die ik wel mooi vind. En het moet passen. Een serif-font zou niet passen als het gaat over iets moderns, al zou het ook een tegenstelling kunnen zijn. In het algemeen ben ik wel fan van sans serif.

En het vermelden van lettertypes, dat heeft dus ook te maken met een soort fascinatie voor verzamelen. Ik wil eigenlijk gewoon alle informatie hebben, omdat ik het zelf ook leuk vind om als ik een boek koop te kunnen zien wat voor papier is gebruikt en wat voor lettertype.

Ik zou daar eigenlijk zelf nooit bij stil hebben gestaan. 

Heb je nooit dat je een boek koopt? Ik weet niet wat voor boeken jij interessant vindt, maar ik blader dan altijd even naar het colofon.

Nee, oprecht nog nooit gedaan. Merk je dan ook, als je dan zo op die manier naar typografie kijkt, dat je heel gevoelig wordt voor lettertypes of designkeuzes die om je heen worden gemaakt? Ik heb zelf bijvoorbeeld meteen spatiefouten door als ik naar een menukaart kijk. 

Ja. Er wordt heel veel Cooper Black gebruikt. Dat is een dik, rond lettertype, komt heel vriendelijk over, daarom gebruiken veel mensen het. En ook wat je zegt over een menukaart: ik kijk meteen naar alle soort van technische typografische fouten, zoals verkeerde afbrekingen.

Heel veel mensen vinden het ook heel mooi als de tekst in een blok staat dat helemaal uitgevuld is. Ik heb dat ook weleens gedaan, maar je moet wel echt goed kunnen ontwerpen en weten hoe dat werkt. Veel mensen kunnen dat niet, maar doen het nog steeds, en dan krijg je enorme gaten.

Ik herken dat inderdaad. 

Dat soort dingen. Dat merk ik heel veel. Dus ja, je let er wel op.

Kan je het ook wel uitzetten af en toe? 

Eigenlijk niet. Ook als ik ergens op een website moet boeken, dan denk ik vaak ook ‘waarom zou je dit zo ontwerpen op een website?’ Op een website heb je nog minder controle. Dan gaan ze dat volledig vullen op een website doen, maar dat gaat helemaal fout als je bijvoorbeeld je scherm kantelt. Dan snap ik gewoon niet waarom je dat doet.

Terug naar je projecten; een overkoepelend thema wat me opviel is het idee van verborgen sporen, dus dat je allemaal manieren hebt om een geschiedenis te herkennen die niet meteen zichtbaar is. Is dat iets wat je zelf ook herkent of over had nagedacht?

Daar herken ik me wel in. Ik probeer inderdaad door dingen te verzamelen en vast te leggen een soort patronen neer te leggen voor mensen. En heel vaak zeg ik daar niet per se iets over. Vooral in Red, White, Blue zeg ik eigenlijk helemaal niks. Je moet er maar gewoon doorheen bladeren, dan worden die patronen vanzelf herkend.

Dus ik herken het wel dat ik dat soort dingen probeer bloot te leggen, zonder er zelf te veel over te zeggen. Ik heb ook nog wel de kritiek ontvangen dat ik soms iets meer een eigen mening mag doordrukken. Misschien komt dat ooit nog.

Was dat iets wat je ook al deed voordat je met ontwerp en boekdrukkunst aan de slag ging?

Nee. Die fascinaties dus wel, die had ik altijd al. Maar niet dat ik dat aan mensen ging blootleggen. Dat is wel echt pas sinds de opleiding.

The Sinking Country

Je zegt wel dat je niet altijd een duidelijke mening geeft, maar je werk heeft vaak wel een historische of politieke lading. Het spreekt bijvoorbeeld van dictatuur en autoritaire macht, of hoe onze technologie wel of juist niet afbreekt en de impact op de aarde daarvan. Zoek je wel bewust dat soort politieke thema’s op?

Nee, juist niet. Dat gebeurt. Ik zeg eigenlijk altijd van tevoren dat ik dat juist niet wil. Ik heb ook altijd gezegd dat ik liever niet dingen over het klimaat zou doen, omdat het heel snel een soort cliché wordt. Als het op een interessante manier gedaan wordt, dan kan het wel. Ik heb ook een boek gemaakt over Tuvalu, waarvan is uitgerekend dat dat als eerste land onder zou komen te staan door klimaatverandering. Dat vind ik een interessantere hoek voor klimaatverandering, in plaats van dat het een ‘zielige ijsbeer op een ijsschots’-verhaal wordt.

Dus ik zoek het niet op, maar het overkomt me wel. Ik vind het niet erg, maar ik probeer inderdaad niet te veel mijn eigen mening door te drukken en die ruimte aan de lezer te laten.

The Sinking Country

Hoe besloot je om deze opleiding te gaan doen? 

Zo…

Ik ben altijd wel creatief geweest, dat begon met tekenen op de basisschool. En ik weet nog dat mijn vader op een gegeven moment een programma had op zijn computer, een soort Illustrator maar dan gratis. Daarmee was hij een eigen logo aan het maken, en toen ging ik dat ook doen. Heel lelijk, gewoon logo’s voor dingen maken, maar ik vond het wel leuk. Dan ga je daar een opleiding bij zoeken.

Ik had niet direct al het materiaal om toegelaten te worden, omdat ik gewoon nog niet in die wereld zat. Dus toen heb ik eerst twee vooropleidingen gedaan en allemaal technieken geleerd: zeefdruk, steendruk, etsen, dat soort dingen. Dan heb je al snel een heel palet aan materiaal, en toen werd ik voor mijn gevoel vrij makkelijk toegelaten.

Maar je begon dus niet aan je kunstopleiding met het idee dat je iets met boekdrukkunst zou gaan doen. 

Nee, dat is echt pas in het eerste jaar gekomen. We kregen de opdracht dat we een boek moesten maken van een verzameling van iets, toen heb ik mijn eerste boek gemaakt. Sindsdien vind ik boeken mooi en wil ik boeken maken.

Heb je ook inspiratiebronnen als je een boek aan het ontwerpen bent? Bepaalde ontwerpers?

Ik verzamel heel veel boeken. Soms koop ik ze puur omdat ik die wil hebben, niet per se om te lezen. Dat stel ik heel erg uit. Maar je hebt bijvoorbeeld Jeremy Jansen, die heeft wel echt een soortgelijke manier van werken als ik: ook heel erg verzamelen. Ook heel strak altijd, heel schoon. Ook Joost Grootens, die zit meer in de cartografie. Dus hij gebruikt heel veel kaarten en soort van data. Boeken over de wereld, dat soort boeken. En wat nog meer? Ja, Hans Gremmen. Dat is een beetje dezelfde lijn als Jeremy Jansen. Veel fotoboeken, maar dan heel strak verwerkt, met hele grote verzamelingen.

Jeremy Jansen had op een gegeven moment een boek gemaakt van een fotograaf die alles van zijn ouderlijk huis had gefotografeerd. En die foto’s heeft hij dan per kamer in een enorm dik boek gezet. Dat soort boeken vind ik erg leuk.

Zijn er nu ideeën of fascinaties waar je graag nog iets mee zou willen doen? 

Soms schrijf ik wel dingen op. Laatst had ik opgeschreven, in lijn met die vlaggen, dat het misschien vet is om alle talen van de wereld in kaart te brengen. Met alfabet er dan bij. Dat lijkt me mooi, maar ook heel moeilijk. Ik denk dat het enigszins onmogelijk is, aangezien niet alles vastgelegd wordt. Maar dat is misschien een uitdaging.

Red, White, Blue

Met de vlaggen ontstaat er dan een heel duidelijk patroon, bijvoorbeeld van koloniale machten. Heb je met de talen dan ook al een idee van wat voor patroon je daarin zou kunnen vinden?

Daar heb ik van tevoren eigenlijk nooit een idee over. Ja, misschien een soort van voor mensen in kaart proberen te brengen hoe verschillend alles is, en dat het niet allemaal het Latijnse alfabet is bijvoorbeeld. Maar ik heb er nog niet zoveel over nagedacht.

En zijn er ook fascinaties waar je niet per se iets mee hoeft te doen, maar die wel al langer in je hoofd hangen?

Dit zit misschien wel in het verlengde van talen: ik heb dus in het afgelopen jaar Noors geleerd, deels. Ik kan dus een beetje Noors. Dat is ook weer zo’n fascinatie, omdat ik de taal mooi vind en het een mooi land vind. Misschien dat ik in het verlengde daarvan de Noorse mythologie kan uitpluizen. Of iets met de natuur daar.

21st Century Archaeology, HKU Exposure 2025

Je hebt nu je bachelor afgerond, wat zijn nu je vervolgstappen?

Ik werk nu nog bij een boekbinderij, ProBook, en Libertas Pascal, dat is dan de drukker. Wij zitten daar op een soort zoldertje bij de binderij. Daar blijf ik nog een tijdje werken. Ook omdat ik gemerkt heb dat ik het echt taai vond om vijf dagen per week op mijn laptop te zitten ontwerpen. Dus ik heb het afgelopen jaar ook echt geprobeerd om afdrukken maken en dat soort handwerk op te zoeken. Dus ik dat hoop ik ook nog meer te doen, misschien bij een grafische werkplaats. En dan nog proberen uit te zoeken wat ik verder met mijn ontwerpcarrière kan doen.

Meer Nils Dijkstra:

Instagram
Website