millonaliu: Samen architecturen navigeren

Het kan lastig zijn om kritisch na te denken over architectuur en ruimtelijk ontwerp, al helemaal als leek, op een dieper niveau dan simpele termen als mooi/lelijk, praktisch/onpraktisch of ruim/krap. Onze gebouwde omgeving bevat en produceert allemaal betekenissen en hiërarchieën, en het voelt alsof ik niet de benodigde kennis heb om deze te herkennen, wat architectuur alleen maar mysterieuzer en fascinerender voor me maakt. Daarom hou ik zo van werken die me helpen al deze schijnbaar onzichtbare elementen te zien, door ze direct aan te kaarten of ze op metaforische of abstracte wijze te bespreken. 

Het werk van millonaliu kan ontoegankelijk lijken – het is absoluut theoretisch en gelaagd en complex – maar heeft in essentie een heel duidelijk doel: manieren vinden om de ruimtes waarin we leven te begrijpen. Hoe worden ze gevormd? Wie vormt ze? En waarom? Het kunstenaarsduo, gevestigd in Rotterdam en bestaande uit Klodiana Millona en Yuan Chun Liu, onderzoekt en bevraagt onze ideeën over ruimte op speelse wijze. Ze helpen ons de vele geografieën van onze wereld te bespreken, en laten zien hoe zelfs een rijstkorrel vormen van politieke macht kan bevatten.

NON EU ONLY

Ik geloof dat jullie elkaar leerden kennen tijdens de studie Interieurarchitectuur aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hoe kwamen jullie tot het besluit om te gaan samenwerken als millonaliu? 

We ontmoetten elkaar inderdaad tijdens onze master aan de KABK in Den Haag. Maar misschien wel belangrijker is dat wel elkaar leerden kennen in de ruimtes die voorbijgaan aan het curriculum – gevormd door onze gedeelde ervaringen als migranten die in het buitenland studeerden, in het hart van Europa en dus ook de plek die zo effectief zijn vele periferieën vormgeeft – de plekken waarvan we inzagen dat we daar zelf vandaan kwamen.   

Deze ervaringen zijn, in zichzelf, heel ruimtelijk. Ze worden gecreëerd door specifieke architecturen, maar ze vormen ook de manier waarop je door de ruimte beweegt – of gedwongen wordt te bewegen. Op veel manieren ontmoetten we elkaar opnieuw in de leegtes die door zulke ervaringen en ruimtelijke omstandigheden werden onthuld binnen de structuur van die opleiding. 

Onze samenwerking kwam voort uit dat besef: dat zoveel van het architectuuronderwijs, en van ontwerppraktijken in bredere zin, bepaalde verhalen, identiteiten en ruimtelijke realiteiten niet erkent. En zelfs wanneer dat wel gebeurt, gaat dat vaak met een afvlakkende, exotiserende blik. Samenwerken werd een manier om dat te begrijpen, om het te bevragen, en om sommige van die gaten op te vullen. Millonaliu kwam niet alleen tot stand vanuit gedeelde interesses, maar vanuit een gedeelde noodzaak om te bevragen waar en hoe kennis wordt geproduceerd – en om manieren te vinden om samen de architecturen van burgerschap die ons worden opgedrongen te navigeren.  

Het lijkt alsof jullie hele verschillende culturele achtergronden hebben: Klodiana komt uit Albanië en Yuan Chun uit Taiwan. Ik vroeg me af welke overeenkomsten jullie hebben gevonden tussen deze verschillende culturen. 

De brandende zon, de dodelijke liefde voor eten, en het vermogen om alles hieromheen te vormen! (grapje)

Zowel Albanië en Taiwan bevinden zich in realiteiten die gevormd zijn in verhouding tot grotere geopolitieke krachten, ze hebben allebei een geschiedenis van radicale overgangen en onderhandeling, en ze ervaren allebei een soort van periferische positionering ten opzichte van de zogenaamde centrums. Er is ook een vergelijkbare weerbaarheid, een vermogen tot aanpassing en herinrichting binnen onzichtbare systemen. Die praktijk – ruimte maken waar die niet was – verbindt ons diep en heeft gevormd hoe we denken en hoe we werken. 

Fiume Novare

Architectuur is iets wat ik heel interessant vind, maar wat ook heel afgesloten voelt als je hierin geen achtergrond of opleiding hebt. Hoe kunnen mensen als ik, die niet deze formele kennis hebben, architectuur nog wel met een kritische blik analyseren en bespreken?

Architectuur is meer dan alleen de codes, tekeningen en technische taal. In werkelijkheid is het iets wat iedereen elke dag ervaart. Architectuur is alles en overal. Zoals de schrijver Georges Perec prachtig schetst in zijn werk, ontvouwt ruimte zich vanuit de witte bladzijde van een notitieboekje tot de ruimte van het bed, de slaapkamer, het appartement, de buurt, de stad, het land, het continent, en de wereld.  

Je hebt geen diploma nodig om door te hebben hoe je je door een ruimte voelt – of het verwelkomt of buitensluit, hoe het beweging stuurt, hoe het een stad transformeert, hoe het je buurt duurder maakt, hoe het klassenverschillen aanduidt, hoe het iemands inkomen wegneemt, hoe het uitwist, hoe het omvat, hoe het bepaalde lichamen isoleert, en ga zo maar door.  

Kritisch naar architectuur kijken is, ten eerste, begrijpen dat het nooit plaatsvindt in een vacuüm. Het gaat om contextualiseren waar het voet aan de grond krijgt en hoe het grotere politieke projecten ruimtelijk uitvoert. Een muur, bijvoorbeeld, duidt twee ruimtes aan – maar wie aan welke kant staat wordt niet door architectuur bepaald; dat is politiek. De architectuur zelf verzint deze verschillen niet, maar zulke politieke projecten van onderscheid worden wel volledig verwezenlijkt via architectuur. 

Het gaat dus om observeren; om te vragen: voor wie is deze ruimte gemaakt? Welke geschiedenissen bevat het? Welke vormen van beweging of gedrag worden toegestaan, of gecontroleerd? Die vragen zijn al meteen een vorm van ruimtelijke analyse. 

Architecture of Citizenship

Jullie wonen allebei al zo’n tien jaar in Nederland. Hoe zou je de Nederlandse architectuur en gebouwde omgeving omschrijven, en wat zegt het over Nederland?

Nederland is eigenlijk een fascinerende plek om over architectuur na te denken omdat de gebouwde omgeving hier nooit echt toevallig is. Er is een sterk geloof in orde en planning. Zelfs het landschap zelf – de polders, de dijken – is een architectonisch project. De Nederlandse gebouwde omgeving weerspiegelt een intens vertrouwen in ontwerp als middel voor het organiseren van je leven, en daarmee ook een intense benauwdheid voor wat buiten die controle valt.  

Wat ons tegelijkertijd interesseert is ook het kijken naar de rijke tradities van verzet, de sterke ruimtelijke praktijken die ingaan tegen deze superorde, en structuren van levenscommodificatie – de oude traditie van kraken, netwerken van solidariteit binnen diezelfde gemeenschap en hun nalatenschap in de hedendaagse gebouwde omgeving. 

De kraakbeweging maakte de weg vrij voor het herbestemmen van architectuur, zoals scholen, ziekenhuizen etc. die werden hervormd tot gemeenschappelijke woningen en culturele ruimtes, waardoor nieuwe vormen ontstonden van samen leven en werken. De gecombineerde indeling van kantoor aan huis verspreidde zich bijvoorbeeld al door kraakwoningen lang voordat het werd overgenomen als officiële woonstructuur. 

Voor ons zijn deze geschiedenissen van verzet net zo goed architectonisch. Ze laten zien dat een ruimte nooit vaststaat – er wordt onderhandeld, bezet, teruggenomen. Ze herinneren ons eraan dat architectuur niet alleen om controle draait, maar ook om het vermogen om anders te denken en te bouwen. 

Still from The City That Was Not Supposed To Be On The Map

Jullie korte documentaire The City That Was Not Supposed To Be On The Map gaat over de Albanese stad Kamza. Zouden jullie meer over Kamza kunnen vertellen? Wat vonden jullie zo interessant aan deze plek?

De documentaire is geproduceerd in samenwerking met het lokale activistische collectief ATA (wat ‘hen’ betekent in het Albanees) en andere bijdragen, als resultaat van etnografisch veldwerk en betrokken filmmaken.  

Kamza is een zelfgemaakte buurt in Albanië die tot stad is gegroeid, beetje bij beetje tot stand gekomen na de jaren 90, voornamelijk vanwege binnenlandse migratie die volgde uit de overgang van een van de meest geïsoleerde socialistische dictaturen. Migranten, met name uit de bergachtige regio’s in het noorden en noordoosten – gebieden die lange tijd werden buitengesloten van ontwikkelingsprojecten, zowel voor als na de dictatuur – vestigden zich in Kamza in de periode na de val van het regime, in ongekende aantallen. 

De eerste buurt, Bathore, werd volledig gebouwd door middel van self-help housing en wordt gekenmerkt door migratie van gehele gezinnen. Deze migratie vond plaats binnen een institutioneel en wettelijk vacuüm; alhoewel de eerste migranten in 1991 aankwamen, begon infrastructuurplanning pas in 1997. Mensen ontwikkelden hun eigen overlevingsstrategieën om om te gaan met de onzekere leefomstandigheden en aanhoudende conflicten met de staat en particuliere grondbezitters. Bathore omvat het grootste zelfgebouwde gebied in het hele land. Het werd een toonbeeld van alle “informele”, “illegale” en ongeplande bouwprojecten – stempels die constant in twijfel worden getrokken door activisten, lokale gemeenschappen en onderzoekers – die na de jaren 90 in Albanië plaatsvonden, en wordt tegenwoordig in publieke debatten door zowel (zelfbenoemde) linkse als rechtse politici als denigrerende term gebruikt.  
Voor mij (Klodiana) is Kamza een ruimtelijke school op zichzelf die bouwt op het raakvlak van wet(teloos) en ruimte, de productie van geografieën van (on)rechtvaardigheid en verzet. Tegenover de epistemische kaders van mapping, grondgebied, en begrenzing die de inwoners als “buiten” de wet positioneren, beschouwen wij Kamza met deze film juist als een radicale geografie van ruimtelijke rechtvaardigheid – eentje die wordt uitgesproken via de meest fundamentele daad van bestaan en verzet: de praktijk van thuisvorming door migrantengezinnen.

Carbon Copy

Aan de hand van architectuur en ruimtelijke ontwerp behandelt jullie werk verscheidene onderwerpen, waaronder nationale identiteit, immigratie, burgerschap en plaatsgevoel. Terwijl ik door al jullie projecten heenging, begon ik me af te vragen: hoe heeft jullie werk jullie ervaring van ‘thuis’ beïnvloed?

Op een bepaalde manier begint het meeste van ons werk met de kwestie van thuis. Alle onderwerpen die je benoemd komen niet ondanks dat tot stand, maar juist daardoor – hoe ze continu ons idee van wat thuis kan zijn vormen en ontwrichten. 

Aangezien het idee van thuis als vaste plek niet onze eigen voorwaarden voor verbondenheid kan herbergen, zijn we thuis meer gaan begrijpen als activiteit – een aanhoudende handeling van creatie. Een thuis bouwen als ruimtevorming – eentje die zich vaak uitstrekt over verschillende geografieën en tijdelijkheden. Soms bevat binnen de omvang van het lichaam zelf en dan weer verspreid over continenten. 

Sticky Entanglements

Op jullie website verzamelen jullie een aantal projecten als ‘Kritische Cartografie’. Wat vinden jullie zo interessant aan cartografie, en wat is de kracht van alternatieve cartografieën of counter-mapping

Cartografie is van nature een machtsmiddel. In zoverre dat kaarten een gebied representeren, produceren zij dat gebied ook. In ons werk gebruiken we counter-mapping om kritisch te kijken naar historische constructies, koloniale narratieven en de rol van architectuur bij het in stand houden van een stelsel van onzichtbaarheid. Wat wordt op kaarten weggelaten? Wat wordt onzichtbaar gemaakt? Wie of wat bepaalt deze afwezigheden? Met experimenten in bewegend beeld, geluid, tekst, installaties en publicaties, beschouwen we al onze werken als kaarten die lineaire verhaalvertellingen afwijzen, en in plaats daarvan gefragmenteerde geschiedenissen opsporen en vastleggen. 

Ondanks dat ik het aspect van kwantummechanica niet meteen snapte, vond ik jullie samenwerkingsproject Wave Function Collapse meteen fascinerend. Hoe benaderden jullie de andere deelnemers voor dit project, en hoe zag het curatieproces eruit? 

Wave Function Collapse legde onze frustratie vast met het regime van het visuele, wat nog nadrukkelijker aanwezig werd tijdens de corona-lockdowns, toen het zijn hoogtepunt bereikte. Thuis werd het meest overbelichte beeld dat zich over onze schermen verspreidde – een ruimte die constant werd bekeken, geësthetiseerd en geïdealiseerd. Voor hen die een thuis hadden, werd het een plek van geborgenheid en een plek van opsluiting. Het dagelijks leven werd samengeperst tot het huiselijke interieur – werk, rust, zorg, onderwijs – alles samengevat in één enkel beeld van inperking. Maar achter deze beelden schuilde uitputting, bezorgdheid en isolatie. 

Het werd duidelijk hoe het huiselijke ook functioneerde als een controlemiddel – een architectuur van isolatie en discipline. Dit werd geïllustreerd in het werk van Diana Malaj en het collectief ATA, wiens documenten laten zien hoe, onder het voorwendsel van veiligheid en het samenscholingsverbod, inwoners van Nationaal park Zall Gjoçaj werden buitengesloten van rechtszittingen over de bouw van twee dammen in hun dorp. Ondanks dat hun lichamen thuis waren opgesloten, bleven de machines van vernietiging doorgaan. In dit werk confronteren activisten de als enige opgenomen stem van de rechter – die in naam van de wet rechtvaardigheid verkondigt – met de ontbrekende stemmen van hen wier levens door de wet beschermd zouden moeten worden.  

Het project begon als tegenstand tegen deze vastgezette blik, deze visuele verzadiging, met de vraag of we ons van overdadig kijken konden verplaatsen naar luisteren – met het auditieve als vorm van ondervraging. Elk werk in Wave Function Collapse behandelt geluid als een manier om kennis anders te produceren – om het onzichtbare, het genegeerde, het gemarginaliseerde te verkennen. Luisteren wordt de voornaamste vorm van deelname, een manier om in contact te komen met de wereld voorbij de dominantie van het beeld. Sommige deelnemers werken voornamelijk met geluid, de meeste niet, maar samen creëren de werken een soort van nieuwe sonische registratie van dat moment. We waren niet zozeer geïnteresseerd in het geluid zelf, en meer in de handeling van luisteren.   

Op Bandcamp kun je Wave Function Collapse kopen als een auditieve publicatie, bestaand uit een cassetteband en een boek. Ik weet niet precies waarom, maar ergens vind ik de keuze voor cassetteband heel erg passend. Waarom kozen jullie ervoor het op cassette uit te geven?

We waren vanaf het begin al geïnteresseerd in experimenteren met het idee van een auditieve publicatie – iets dat kon bestaan buiten de dominante infrastructuren van beeld en scherm. Gedurende het proces hadden we het veel over algoritmes, surveillance, data-extractivisme en de commerciële platforms die tijdens de pandemie massaal werden gebruikt. We vroegen ons af hoe we ons werk op een andere manier konden verspreiden – hoe deze systemen van controle te ontwijken, of ten minste weerstand te bieden. Zo kwamen we tot de cassetteband: een trager, meer tastbaar medium dat ontkomt aan de digitale directheid en een ander soort luisteren mogelijk maakt. 

Op een bepaalde manier was de keuze voor de cassette ook een ruimtelijk gebaar – een kleine daad van actief luisteren, van een andere weg voor distributie vinden, eentje die zich niet laat vangen en via geluid een fysieke aanwezigheid afdwingt. 

Meer millonaliu:

Website

Volg Kwaaie Pier