Isa Vink: Kinderlijke verwondering

Ik liep ooit door de stad en zag midden voor de ingang van een kledingwinkel een klein jongetje zitten, druk in de weer met een speelgoedauto. De auto reed, gleed en vloog rond in zijn handen, terwijl hij zich totaal niet bewust was van de onhandige plek die hij had gekozen om te spelen. Ik weet nog hoe jaloers ik was op zijn onbewustzijn en zijn vermogen om volledig in zijn eigen wereld te verdwijnen. Ergens in het ouder worden was ik dat kwijtgeraakt. 

For I Am Always You, een installatie van multidisciplinaire kunstenaar en grafisch ontwerper Isa Vink, is een onderzoek naar het kind in jezelf en de dingen die we kwijtraken door op te groeien. Het werk is Vinks eindproject van haar bacheloropleiding aan de HKU, en brengt poëzie, film, fotografie, muziek en boekdrukkunst samen. Het resultaat is een enigszins verdrietige maar vooral lieve ervaring, een werk dat je hand pakt en meeneemt op een zoektocht naar je kleine ik. 

Dit interview is bewerkt voor lengte en duidelijkheid.

Het eerste werk dat ik van jou heb gezien was For I Am Always You. Zou je daar wat meer over kunnen vertellen? 

For I Am Always You is een installatie die bestaat uit een heel groot boek en een video-installatie. Het project is begonnen met dat ik een soort van gemis voelde naar het kind dat ik altijd was en merkte dat ik zocht naar hoe ik haar weer kon zijn. En het was – eigenlijk een hele stap terug – allemaal begonnen bij een minor in het derde jaar van de HKU, waarbij ik een installatie had gemaakt met archiefmateriaal waarbij de herinnering die we hebben aan het kind-zijn een soort van wegglipt aan ons.

En ik wilde dat gevoel op een bepaalde manier – dat kind-zijn – weer opzoeken in de persoon die ik nu vandaag ben. Dus aan de hand daarvan was met name een video-installatie ontstaan waarin drie performances centraal staan, die ieder dat gevoel van kind-zijn visualiseerden, dus die onbevangenheid en dat knullige en een soort van wrijving met dat gemis. 

Waaraan merkte je dat je het kind in jezelf miste? 

Ik denk met name het lief zijn voor mezelf; dat kleine kind waarnaar je kijkt. Ik miste het in dat ik merkte dat ik niet altijd lief was naar mezelf, en de momenten dat ik dan gek en vrij wilde doen, dat er een bepaald soort mening in mijn hoofd zat van: oh dit is raar, maar kinderen doen het ook. Waarom is het dan opeens raar als je volwassen bent? Er zijn ook best wel veel regels die daarbij opgelegd worden en als kind denk je daar nog helemaal niet aan. En ik merkte dat ik dat heel erg miste.

Heb je dat ook een beetje kunnen terugvinden tijdens het maken van het werk? 

Zeker weten, want er was een van de video’s, een soort van formatieve dans in een bos. Die is geïnspireerd op oude videobanden van vroeger die ik gedigitaliseerd heb, en daarbij doe ik een dans op een tafel, ongeveer een beetje op dezelfde manier. Die heb ik denk ik drie keer nagedaan. En op het moment zelf dat ik daar stond… op het moment dat ik daar stond was het weer heel erg spontaan.

En ik merkte dat ik me ongemakkelijk voelde, want er was geen muziek, maar op een gegeven moment begon ik te neuriën en te dansen en was het echt van: oké, je moet je er maar aan overgeven. Wees maar even knullig of dans maar even stom; het is ook niet per se erg. Dus ja, ik denk met name bij die specifieke video en bij het gehele project dat ik wel een innerlijke laag van mezelf weer gevonden heb.

Hoe zag die zoektocht er precies uit? Wat waren andere manieren waarop je dat kind in jezelf ging opzoeken? 

Met name eigenlijk door weer de dingen te doen die ik als kind heel erg graag deed. Bijvoorbeeld een te klein shirt aantrekken, want kinderen hebben natuurlijk hele kleine kleding waar een volwassen persoon niet in past. Maar door juist een te klein shirt aan te trekken symboliseert het eigenlijk ook dat ik weer in de huid wil kruipen van het kind-zijn, maar dat het niet werkt en niet lukt, want het past mij niet meer. En aan de hand daarvan ga je op zoek naar andere vormen. Als kind smeerde ik bijvoorbeeld ook heel vaak make-up helemaal over mijn gezicht. Kleurde buiten de lijntjes. Je kan dat als volwassen of jongvolwassen persoon nog steeds doen. Alleen heeft het een andere vorm. 

Het gaat denk ik niet om het materialistische erbij, maar eerder het gevoel dat je daarbij krijgt. Door daar open voor te staan misschien.

Het werk was deels een zoektocht naar jezelf, maar ook een breder onderzoek naar überhaupt het kind in jezelf vinden. Kwam je daarin ook bij andere mensen herkenbare of gedeelde ervaringen tegen? 

Ja, eigenlijk wel. Want het project begon eigenlijk met een heel vooronderzoek naar wat dat kind-zijn betekent. En wat is die nostalgie naar kind-zijn? En nostalgie naar kind-zijn is voor iedere generatie natuurlijk wat anders.

Dus het project is met name ook wel gebaseerd op, ik denk, grotendeels mijn generatie. Maar ik had andere mensen ook wel gevraagd van: wat is hetgeen wat je mist aan kind-zijn? Wanneer voel je je het meest kind? En met al die ingrediënten eigenlijk samengevoegd, was het kijken hoe mijn ervaring van dat gemis ook een universelere en meer collectieve ervaring kon worden. 

Waardoor komt het, denk je, dat we dat kwijtraken? 

Ik denk eigenlijk… ja, de leeftijd vier, vijf, ben je gewoon heel erg aan het ontdekken, en is alles nieuw en supervrij. Dan kijk je naar de wereld met vol verwondering. Als je ouder wordt zijn er meer omgevingsfactoren en meer meningen van anderen die er allemaal toe doen, waardoor dat ook een beetje jouw eigen beeld vormt. 

Het is ook een soort, denk ik, een beetje een groeipijn, want als je groter wordt zijn er meer verantwoordelijkheden en sta je er iets meer alleen voor. Dan kan je niet zo terugkruipen naar waar het misschien zo zacht voelde. Maar dit is meer hoe ik het grotendeels ervaar, er zijn ook genoeg mensen die geen fijne jeugd hebben gehad.

Foto door Maas Dekkers

Ik ben benieuwd naar de vorm van het uiteindelijke werk. Want je had het bijvoorbeeld over die drie schermen met die drie performances. Wat was de reden om voor die drie performances, die drie schermen, te gaan? 

De schermen zijn heel erg groot, waardoor je ervoor moet zitten en als een soort kind met een verwonderende blik weer naar het beeld kijkt. Alsof je thuis voor de tv zit en denkt: wow, wat staat hier allemaal voor me? Uiteindelijk koos ik om er drie te doen, want ze stonden heel erg op zichzelf maar waren ook met elkaar verbonden, als in: de bezoeker kon ervoor gaan zitten en er echt één zien, maar van een afstand kon je ze alle drie zien. Het werkt samen, maar ook alleen. Sommige bezoekers konden bijvoorbeeld wel iets bij de ene voelen, en niks bij de ander.

Elke performance, of elke video, greep ook een bepaald soort gevoel vast. Het vormde samen een zoektocht die ook weer uit verschillende delen bestaat. Dus er is niet echt een eindpunt of een begin.  

Hoe verdeel je dat dan in drieën? Hoe bepaal je de drie delen van dat grotere verhaal?

Het eerste idee was eigenlijk om er vijf te doen. Maar om wat context te geven; we hebben alles analoog geschoten. We hebben met kinderen gewerkt, kindacteurs, maar al die beelden… daar is iets misgegaan. En we hebben niet ook digitaal geschoten, dus we hadden eigenlijk geen beeld meer. Uiteindelijk hebben we een nieuwe draaidag gepland, maar toen ook besloten: eigenlijk is drie veel sterker. Want als je vijf schermen ziet, waar moet je dan naar kijken? Je zit niet meer echt ergens in.

Bij de een wilde ik het gevoel van gemis benadrukken en ergens terug naar willen, en daarbij kwam de performance waarbij je een te klein shirt aandoet tot stand. De ander was meer het buiten de lijntjes kleuren benadrukken en dat je ook een beetje dat kind in je kan vinden door te doen wat je als kind deed. Dat was die make-up zo helemaal uitvegen. Tegelijkertijd is die ook heel verdrietig, er zit een zielig portret in. Dus die voelt een beetje zo tussenin. En dan is de middelste een dans waarbij de nadruk meer ligt op dat het kind-zijn heel onbevangen en knullig is, en dat voelt een beetje ongemakkelijk, maar dat betekent niet dat je het niet meer kan. 

Er was ook een boek als onderdeel van de installatie. Hoe verhield dat zich tot de beelden? 

Het boek was eigenlijk meer het startpunt van de zoektocht, die had ik eerder dat jaar gemaakt. In het boek staat centraal dat je het mist om kind te zijn, en dat de herinneringen die je hebt aan vroeger, of het beeld dat je had van jezelf, weer vervagen. Je kan wel naar portretfoto’s kijken, maar soms herken je jezelf daar niet meer in, omdat je daar verder vanaf bent gaan staan. Het boek gaat meer om het bewustzijn van dat gevoel. En aan de hand van dat bewustzijn werd het project meer actiegedreven, dus een video-installatie met performances waarbij je iets doet wat je als kind ook deed. In die installatie stonden op de grond ook allemaal teksten, een soort van poëzie, die ook de tussenstap benadrukten tussen het boek en de installatie. 

Het is een beetje lastig uit te leggen nu ik het niet zo… nu het niet hier staat. 

Hoe is dat boek tot stand gekomen? Wat voor beelden heb je gebruikt?

Er staan zeven portretfoto’s in en zeven gedichten. Die portretfoto’s zijn allemaal dierbaren van mij, dus vrienden, familie. Ik sta er zelf niet in. En die gedichten zijn tot stand gekomen aan de hand van brieven die ik ze naar hun jonge ik heb laten schrijven. Daar heb ik delen uitgepakt en samengevoegd met andere teksten die ik had geschreven. Hoe verder je bladerde in het boek, hoe vervaagder de portretfoto’s werden. 

Dus dat hele collectieve zit ook heel erg daarin, die collectieve nostalgie van dat gemis en weer lief willen zijn naar jezelf. 

Ik zag op je website Bang om jou te vergeten, wat voor mijn gevoel sterk aansluit op dit project. Hoe was dat hier onderdeel van?

Dat was dus die video-installatie die ik in mijn derde jaar had gemaakt. Dat was eigenlijk het aller-, aller-,allereerste startpunt van alles, waarbij ik heel erg op zoek ging naar archiefbeelden, en die heel erg wilde vervormen en projecteren op vaag materiaal, waarbij alles aan je voorbijschiet. De teksten die daarin staan, die zijn helemaal opgebouwd uit de brieven die mensen naar zichzelf schreven. 

Dus eigenlijk zijn alle drie de projecten een soort stappen. 

Een zin die me heel erg is bijgebleven uit Bang om je te vergeten is “Ik had je zo gegund dat je toen kon zien wat voor mooi mens je was.” Ik herkende daarin een melancholie, een gevoel van dingen willen goedmaken. 

Ik denk ook heel erg het goed willen doen voor je jongere ik, en willen dat diegene ook trots op je is. Maar andersom ook. Het voelt echt als een verbintenis: je doet het voor je kleine ik, maar je kleine ik doet het ook voor jou. En soms voelt het alsof die kleine ik even weg is, maar die is er altijd. 

Het viel me op dat je jezelf in het gedicht aanspreekt in tweede en derde persoon, dus je hebt het over ‘jij’ of ‘zij’. En ik vond het een interessant contrast tussen het wel over jezelf hebben, maar jezelf ook op deze manier aanspreken.   

Snap ik. Misschien dat… ik denk door mezelf op die manier aan te spreken, dat er nog een beetje een grens is; ik ben nog niet helemaal haar. Maar het is ook verwarrend, want ik ben haar wel. 

Ik zie mijn kleine ik als… ik zie zeg maar voor me dat er hier dan zo’n meisje zit met krulletjes tegen wie ik praat. En ik denk dat het moment dat ik over haar praat als ‘jij’ of ‘zij’, dat het voor mij makkelijker is om lief voor haar te zijn. Maar het creëert ook nog een kleine afstand tussen haar en mij. 

Hoe zie jij je kleine ik dan? Als ‘ik’ of als ‘jij’? 

Heel erg als een ‘hij’, dat is ook een lang verhaal. Maar misschien dat ik daarom zo op dit werk reageerde, vanuit mijn kleine ik en de connectie die ik wel of niet ervaar met die persoon.

Voel je een connectie met je kleine ik? 

Soms, maar dat is moeizaam

Het is toch bijzonder dat best veel mensen dat zo ervaren, toch?

Het voelt ook bijna als een soort van troost die je je kleine ik wil bieden. Gewoon dat je diegene even op de schoot wil nemen en knuffelen, en dat je wilt zeggen: het komt allemaal wel goed.

Zie jij die kleine ik dan ook als iemand die echt getroost moet worden? 

Soms wel, ja. Maar ik verlang er heel erg naar om zo kind te zijn tot mijn zevende. Want van zeven tot zeventien vond ik het niet zo leuk. Ik kan nog niet met een soort nostalgische blik naar mijn middelbare school kijken. 

Ja, dat herken ik. Ik denk dat daar voor mij ook de grootste kloof ontstaat tussen mezelf en mezelf. 

Soms vraag je je dan ook af: was het echt zo fijn toen ik kind was? Of is het gewoon het idee waar ik me aan vast wil houden? Keek ik echt met zoveel verwondering naar de wereld, of was ik gewoon alleen maar aan het huilen? Hier kan ik echt uren over nadenken. 

We hadden het net over alle verschillende onderdelen van dit project, waardoor je uiteindelijk bij For I Am Always You bent uitgekomen. Je omschrijft jezelf als multidisciplinair maker, en ik ben benieuwd hoe al die disciplines voor jou op elkaar aansluiten. Hoe combineer je ze met elkaar?

Ik ben dus eigenlijk afgestudeerd als grafisch ontwerper, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik niet zo goed wist wat grafisch ontwerpen inhield toen ik met deze studie begon. Ik wilde mijn tekst combineren, nou, uiteindelijk klopte dat. 

Als multidisciplinair maker probeer ik met name heel erg emotie te verwerken in poëzie en dat te koppelen aan beeld en geluid. Ik denk dat ik die combinatie van beeld, geluid en poëzie een hele fijne combinatie vind, omdat ik het als maker het belangrijkst vind dat andere mensen iets kunnen voelen of iets kunnen ervaren bij wat ik maak. Wat dus wel vaak vanuit een persoonlijke fascinatie ontstaat. 

Ik zie mezelf dan ook als multidisciplinair maker omdat ik me niet vastklamp aan één medium. Ik wil niet alleen maar een boek maken, ik wil dat het meer een ervaring wordt voor iemand, en met een boek is daar ook geluid bij nodig. Anders lees je het, maar ik wil dat mensen het echt voelen. Soms kun je dingen niet helemaal voelen wanneer je het alleen leest, en ik denk dat beeld, geluid en poëzie daar een heel sterk onderdeel in zijn. 

Is poëzie dan wat als eerste komt voor jou? Of wisselt dat ook heel erg? 

Hmm. Soms wel. Maar heel vaak gaat het allemaal chaotisch en geleidelijk door elkaar. Meestal begint het dan met een persoonlijke fascinatie en teksten die ik geschreven heb. Maar met dit project had ik eerst de beelden gemaakt en aan de hand daarvan de teksten geschreven. Dus dat was een hele andere werkwijze.

Ik gooi het de hele tijd om, het is niet dat ik een stappenplan heb ofzo. Het ligt soms ook aan de tijdsdruk.  

Hoe ervaar je de grenzen van die verschillende disciplines? Wat kan je wel met het ene uiten, maar niet met het andere?

Video’s zijn voor mij meer om een bepaald beeld te schetsen, of om ook een idee te krijgen van hoe iets er dan uitziet. Poëzie en geluid is echt om die emotie over te brengen… ook weer een hele goede vraag. Wacht, zou je het misschien een keer kunnen herhalen?

Hoe ervaar je de grenzen van de verschillende disciplines? Wat zou je wel met film kunnen uiten, maar bijvoorbeeld niet met geluid? Of andersom, wat kan je wel in poëzie uiten, maar niet in film? 

Ik denk dat het aanspreken van mensen, het creëren van een collectieve ervaring, mij met name ligt in geluid en tekst, nog niet in beeld. Misschien dat dat nog komt, maar misschien dat beeld voor mij niet per se die kracht draagt. Ik denk inderdaad met name geluid en tekst, dat is om die emotie op te wekken die we collectief ervaren. 

Maar de beelden van de video-installatie zijn ook heel poëtisch. Maar ook heel vaag. Dus er is een soort van connectie tussen vaag en letterlijk, en de beelden… ik vind dit nog best ingewikkeld. 

Je noemde net een paar keer de collectieve ervaring. Wat is voor jou een collectieve ervaring? 

Een collectieve ervaring zie ik eigenlijk als een soort van bewustwording creëren bij mensen. Een gevoel bij ze oproepen en een emotie opwekken. Hetgeen wat ik heb laten zien in het project, dat is ook grotendeels hoe ik het ervaarde en dat is een specifiek iets, maar omdat het heel erg met nostalgie en kind-zijn te maken heeft, is het veel groter dan dat. Het is een onderwerp dat eigenlijk iedereen aangaat; iedereen is kind geweest en heeft nog steeds een kind in zich, en sommigen zijn die even iets meer kwijt dan anderen, of dragen het meer met zich mee dan anderen. 

De collectieve ervaring zit eigenlijk in het grotere dat verstopt is in… in het kleins… 

Ik zag ook een workshop voorbijkomen die jij eerder dit jaar had gegeven, ‘Op reis naar 2059’, waarin je kinderen brieven naar zichzelf liet schrijven voor later. En ik herkende daarin ook een hele duidelijke verbinding met dit project en met jouw andere projecten. Was dat bewust? 

Nee, ik deed het samen met Sterre Roza. We hebben weleens op de HKU workshops gegeven aan eerstejaars, en we werden gevraagd of we een workshop wilden geven met het thema ‘2059’. Toen hadden we het idee om een soort doosje te maken waar je alles in doet wat je lief is, dan begraaf je het en over een aantal jaar graaf je het weer op. 

Het grappige was ook dat we de workshop eigenlijk helemaal voor kinderen hadden gemaakt, maar dat was niet helemaal goed doorgekomen op de website, dus we waren alleen maar vrouwen van 40 die de workshop deden. Dat was heel leuk, en zij vonden het echt heel leuk om weer als een kind ook dat soort dingen te maken. Dus achteraf was het juist een hele leuke, fijne uitkomst dat volwassen vrouwen weer even kind konden zijn. 

Het klinkt inderdaad iets wat heel erg die verwondering oproept die je als kind ook hebt. 

Ja, klopt. En ze gingen allemaal nieuwe dingen proberen met knippen, en ze moesten ook een zelfportret op twee manieren maken: eentje hoe ze er nu uitzagen, eentje over zoveel jaar. En een gedicht schrijven aan zichzelf. Dat ging allemaal in een doosjes en die sealden we dan met zo’n stempel. Die ging dan in een zakje en die mogen ze dan in 2059 opgraven. 

Heb jij zelf ook zo’n doosje gemaakt? 

Ja, maar ik heb die nog niet begraven, haha. Hij ligt nog thuis. Maar, ja, ik heb wel meegedaan!

Wil je iets vertellen over wat er inzit? 

Twee portretten. En ik heb mijn knuffel van vroeger nagemaakt; getekend en die erin gedaan. Die had ik echt als kind en daar slaap ik nog steeds mee, die mag echt never weg. En een hele lijst met dingen die me lief waren: volgens mij familie, en ook met verwondering naar de wereld kijken, voor de rest weet ik het eigenlijk niet meer. Je mag het over 34 jaar inzien! 

We hadden het net ook al een beetje over poëzie, en ik zag een werk van jou met een gedicht erin, Hungry Lovers. Ik had een vrij fysieke reactie op dit werk, en was benieuwd of je hier iets meer over zou kunnen vertellen. 

Ja, dit is al een tijdje geleden, maar… we hadden toen de opdracht om een one-minute-video te maken. Je was vrij om te doen wat je wilde, je mocht ook found footage gebruiken, maar ik wilde alles zelf filmen. Dus alles is met mijn iPhone gefilmd. En ik wilde eigenlijk gewoon dingen doen die we een beetje ervaren als vies: waarom smeer je je in met mayo? Waarom ga je met je blote voeten in gehakt staan? Ranzig, maar zo vet! 

Ik vind het soms heel leuk om dat soort absurdistische dingen te combineren met een heel klassiek gedicht, of een heel tegenstrijdig iets, en daarbij de connectie te zoeken. Want soms voel je het alsof twee dingen niet helemaal bij elkaar horen, maar dat betekent niet dat je ze niet samen kunt brengen. Het deed misschien niet denken aan een liefdesgedicht, die beelden, maar wanneer je zo’n tekst erbij zet krijg je er een hele andere associatie mee en heeft het een hele andere betekenis. 

Spelen met de betekenis van beeld en tekst vind ik heel interessant, en ook hoe we daarnaar kijken; wat voor indruk we achterlaten. Ik vind het wel grappig dat je er zo’n fysieke reactie van kreeg. 

Is dat ook hoe je bij grafisch design kwam? Hoe kwam je tot de realisatie dat je iets met beeld en tekst wilde doen?

Ik schrijf vanaf mijn twaalfde, denk ik, al gedichten of verhaaltjes. Ik vond het heel erg leuk, maar ik merkte ook dat beeld me altijd heel erg iets deed. Ik heb ook een vooropleiding gedaan bij ArtEZ en daar merkte ik dat ik grafisch ontwerp zo leuk vond omdat je dus tekst met beeld kan koppelen. Ik hield ook heel erg van tekenen en schilderen, en met name die dingen combineren vond ik interessant. 

Eigenlijk realiseerde ik me tijdens de studie dat wat ik dacht dat grafisch ontwerp was, niet grafisch ontwerp was. Grafisch ontwerp is met name het verhaal communiceren, en dan kan op heel veel manieren. De opleiding is best wel abstract, we kregen dus ook les in one-minute-video’s, maar de nadruk lag grotendeels wel op boekontwerp. Ik ben blij dat we video’s konden maken, want door dat te doen realiseerde ik me dat ik een fascinatie en passie voelde voor film en installaties. Boeken maken vind ik ook heel leuk, maar soms. 

Ik las na Hungry Lovers ook het gedicht ‘Storytelling’ op je website, en zag daarin ook diezelfde fysieke ervaring terug. Had je daar zelf bij stilgestaan? Was dat een bewuste voortzetting?

Ik denk dat mijn fascinatie toen heel erg lag in het absurdistische en woorden geven aan iets wat niet echt correct voelt. Dus dat gedicht is geschreven samen met Artificial Intelligence. Het was een opdracht waarbij we een gedicht moesten schrijven aan de hand van een aantal ingrediënten van een workshop van Heleen Mineur. Ik ben trouwens geen voorstander van AI, maar ik was toen net begonnen en wist nog niet wat voor impact het had. Dat even gezegd hebbende. 

Maar toen moest je dus AI vragen gaan stellen, en daar pakte je weer allemaal dingen uit. Aan de hand daarvan creëerde je een geheel nieuwe tekst. Daarmee kwam dus ook tot stand dat wanneer je het gedicht leest, je ook een beetje voelt van: wat ben ik nou aan het lezen? Wat wordt hier bedoeld? En het voelt soms met gedichten zo fijn om dat een beetje op te rekken. Dat je iemands aandacht hebt, maar dat ze niet helemaal snappen waar het heen gaat. 

Het is ook fijn dat je in poëzie de ruimte hebt om iets te zeggen, iets over te brengen, op een manier die vaag mag zijn. 

De poëzie in For I Am Always You is veel directer, en minder absurd. Dat paste meer bij het project, omdat de beelden al wat abstracter waren. Dus om echt de boodschap over te brengen was het logisch om die poëzie iets meer op die manier te schrijven. Ik schrijf ook op veel verschillende manieren. 

Wat zijn dan jouw inspiratiebronnen? Is dat heel erg per discipline, of zijn er multidisciplinaire makers die je heel erg aanspreken?

Ik denk voor inspiratie met name fotografen of filmmakers. Ik haal ook inspiratie uit boeken, of bepaalde zinnen die mensen al geschreven hebben waarvan ik dan de woorden of opbouw heel interessant vind. Dan ga ik kijken hoe ik dat op een bepaalde manier anders kan schrijven, en dingen eraan toevoegen. Ik ben er zeker niet op tegen om heel erg te werken met dingen die al bestaan, maar wel dat het op zo’n manier vervormd is dat het niet meer het origineel is. 

Inspiratie haal ik eigenlijk grotendeels uit het alledaagse leven en hoe mensen met elkaar omgaan: hele kleine details, gesprekken die mensen met elkaar voeren, maar ook de liefde die oudere mensen met elkaar delen en hoe jonge kinderen zich gedragen. Qua kunstenaars zijn er wel een aantal films waarvoor ik echt een liefde voel, omdat ze op een hele bijzondere manier iets verwoorden of verbeelden. 

Ik vind ook de fotografie van Rineke Dijkstra heel fijn, omdat zij heel erg met flits werkt en ik hou echt van foto’s van wat een soort tussenmoment is, en die een bepaald ongemak vastleggen. Het moet niet allemaal te perfect zijn: heel erg die ongemakkelijke dingetjes en de kleine details vind ik heel inspirerend. 

Vind je ongemak fijn?

Ik denk dat het ons interessant maakt. Soms hoop ik dat ik perfect ben, maar ik ben niet perfect en ik ben soms ook ongemakkelijk, en ik vind het soms heerlijk als andere mensen ook een beetje ongemakkelijk zijn. Mijn vriendinnen en ik zeggen altijd over mensen: die is echt niet goed. Maar we bedoelen dat het zo heerlijk is dat die persoon zo helemaal zichzelf is en daar houden we helemaal van. Andere vrienden snappen soms niet wat we daarmee bedoelen, maar altijd als we dat zeggen, is het eigenlijk dat die persoon geweldig of gewoon een beetje ongemakkelijk is. Dus dat ongemakkelijke… ja, nee, ik hou daar heel erg van. 

Daar zit ook een beetje die kinderlijke ik in. Kinderen zijn nog beter in gewoon ongemakkelijk zijn en zich niet te veel aantrekken van de normen en waarden.

Ja, en gewoon… ik denk wanneer mensen of kinderen ongemakkelijk zijn, het ook gewoon een manier is van jezelf zijn. Het is accepteren dat dat erbij hoort. 

Omarm jij ongemakkelijkheid, denk je?

Nee.

Maar is eigenlijk toch ook iets, denk je… wat maakt het erg om ongemakkelijk te zijn? 

Ja, dat is een goeie vraag. Ik vind het van andere mensen niet erg als ze ongemakkelijk zijn, maar het zijn denk ik toch de eisen die je aan jezelf stelt tegenover de vrijheid die je andere mensen kan bieden. En ik denk dat ik de eis aan mezelf stel om mezelf te zijn op een manier die niet te veel uit de toon valt. 

Vind je het erg om uit de toon te vallen? 

Ja. 

Interesting… Ik zou hier echt heel veel meer over door willen vragen. Misschien moet ik jou een keer interviewen! Want heb je dan bijvoorbeeld met kunst ook meer een voorkeur… waarbij er een soort van perfectie zichtbaar is in plaats van het ongemak? 

Nee, dat niet per se. Ik vind het juist ook – misschien daarom – heel bewonderenswaardig als kunst een beetje frictie veroorzaakt, als ik niet helemaal wat ik ermee moet, als het uit de toon valt. 

Op dit punt werd het interview onderbroken door een klein meisje met haar schattige hond.

Toch goed dat we hier buiten zijn gaan zitten.

Snap je wat ik bedoel, dit is toch heerlijk? Ik kan daar soms echt een beetje van huilen, eigenlijk. Ze passen perfect bij elkaar, het kindje en de hond. 

Je zei voorafgaand aan het interview dat veel mensen je vragen: wat nu? En ik ben eigenlijk ook wel benieuwd.  

Ik werk sowieso in een filmhuis, want nu is het eigenlijk ook vooral geld verdienen. Maar wat nu… binnenkort heb ik waarschijnlijk ook een studioruimte – als dat doorgaat – met wat vrienden. Ik zou weer heel graag veel bezig willen gaan met schrijven. Als alles goed gaat heb ik ook in maart een expositie waar ik mijn afstudeerwerk weer tentoon mag stellen, wat ook heel fijn is. En ik zou eigenlijk heel graag gewoon door willen studeren, ik denk dat er nog genoeg te leren valt. Ik ben nooit zo goed in keuzes maken, dus ik wil heel veel dingen doen. Ik wil op filmsets werken, en het lijkt me supertof om meer te leren over creatief schrijven, of meer creatief te schrijven überhaupt. Om te assisteren op filmsets, of misschien intimiteitscoach te worden op filmsets. 

En misschien toch weer filmprojecten. Want het was wel echt… dit afstudeerproject was de eerste keer dat ik echt met een groter team werkte. Normaal doe ik alles zelf, dus het was echt helemaal nieuw. En de eerste keer op film draaien, dus dat was ook spannend, maar het was echt heel leuk en een hele fijne, mooie ervaring. Dat wil ik zeker nog een keer doen. 

Ik zou ook heel graag gewoon in een collectief willen werken. En misschien ooit een dichtbundel uitbrengen. Maar ik wil ook heel graag in de tuin werken, en in de keuken staan, en met mensen zijn. Dus een combinatie van… een combinatie van iets geven aan anderen en daarnaast eigen projecten maken. Ik wil niet fulltime multidisciplinair of autonoom kunstenaar zijn, ik hou ervan om met mensen te werken. 

Maar daarvoor is dit jaar: om het allemaal een beetje uit te vogelen. 

Laatste vraag, deze bleef ik steeds opschuiven: For I Am Always You had je dus analoog gefilmd. Waarom koos je voor analoog?

Ik vind analoog een bepaald soort sfeer hebben dat je met digitaal beeld niet krijgt. Ook al zou je het namaken, het voelt alsnog nooit hetzelfde. En ik hou heel erg van dingen die een vintage of oude look hebben. Alle videobeelden van vroeger waren echt op zo’n camcorder gefilmd, dus het idee was eerst om het ook op de camcorder precies na te filmen. Maar ik ben blij dat we toch voor film gekozen hebben, want ik vind dat het op een bepaalde manier zo erg zijn charme heeft. Film ziet er eigenlijk ook niet perfect niet uit, en het omarmt ook dat het niet perfect is. Ik vind dat dat een hele mooie laag biedt aan het project en het ook voelt alsof je terugkijkt in de tijd, maar het is nu bezig. Het heeft ook wel iets symbolisch. 

Dit zijn wel echt goede vragen, want ik heb heel veel over het project nagedacht, maar nu ben ik echt zo van… oh ja… 

Meer Isa Vink:

Tentoonstelling Mind Your Language
Website