Andrew De Zen: Een sterk beeld en een intens gevoel

Sinds 2018 heeft regisseur Andrew De Zen met artiest Alaskan Tapes samengewerkt aan vijf projecten die ergens tussen muziekvideo’s en korte films in liggen. Deze projecten zijn geleidelijk steeds grootser en ambitieuzer geworden, maar gedurende deze groei is een emotionele kern aanwezig gebleven; elk werk verkent kwetsbare, complexe gevoelens en relaties. De stilheid waarmee de regisseur verhalen vertelt verbergt bijna de visuele bombast die hij ons soms laat zien. Zijn gebruik van licht, kleur, vorm en beweging is werkelijk schitterend. 

Met een duidelijke en diepe kennis van de beeldtaal van sciencefiction weet De Zen hoe hij prachtige, levendige beelden moet maken die niet slechts mooi of mysterieus zijn, maar die in verbinding staan met diepere lagen van betekenis en emotie. Hij verkent deze lagen zonder de noodzaak te voelen ze te moeten uitleggen, en de vorm van muziekvideo’s/korte films stelt hem in staat om ons voldoende ruimte te geven voor persoonlijke interpretatie – misschien worden niet alle vragen beantwoord, maar de verhalen voelen niet onvoltooid of onvolledig.

Korte film/muziekvideo ‘Holocene’, die afgelopen februari uitkwam, is je vijfde samenwerking met Brady Kendall, oftewel Alaskan Tapes. Hoe hebben jullie elkaar in eerste instantie ontmoet, en hoe besloten jullie om te gaan samenwerken?

Brady en ik ontmoetten elkaar jaren geleden nadat ik zijn eerste muziekvideo zag en onmiddellijk verdwaald raakte in zijn muziek. We hadden al snel een klik, met gedeelde ideeën en voorkeuren. 

Jullie samenwerking begon al ambitieus, met een reeks van drie losjes verbonden video’s, en ik heb het idee dat elk werk sindsdien iets ambitieuzer is geworden. Is dit gewoon een natuurlijke ontwikkeling, of heb je een duidelijke wens om steeds grotere dingen te doen?

Ik denk dat ik het ongelukkige verlangen heb om ideeën te verkennen op manieren die me meer en meer uitdagen. Het is misschien een beetje problematisch, maar het is ook een verrijkende ervaring geweest, die zeker tot wat avonturen heeft geleid. Voor een deel moet het een natuurlijk proces zijn, het volgen van je eigen verlangens en de dingen waarop je met het werk dieper wilt ingaan. Een groot deel van mij wil wat waanzinnig grote dingen doen. 

Qua steeds grotere dingen doen: ‘Holocene’ en ‘Of Woods and Seas’ leunen allebei sterk op VFX. Welke impact heeft het werken met VFX op een project? Wat wordt makkelijker en wat wordt juist ingewikkelder? 

Het VFX-element is niet zo gecompliceerd, tegenwoordig al helemaal niet, maar ik merk dat de vorm ervan het uitdagend maakt. Dit zijn kleine, korte projecten die niet de stevige basis hebben om alles overeind te houden wanneer je blijft uitbouwen en uitbouwen en uitbouwen. De ambitie is geweldig en ik hou ervan om deze grotere conceptuele ideeën na te streven, beelden die VFX-ondersteuning nodig hebben, maar ja, het brengt het hele project wel aan het wankelen. Ik heb het beide kanten op zien gaan, slagen of falen, op basis van hoe stabiel de productie daadwerkelijk is en of je de benodigde ondersteuning hebt neergezet om al die ambitie tot een goed einde te brengen. 

De impact hangt er heel erg vanaf. Als je niet bereid bent al die extra verantwoordelijkheid op je te nemen, al het visuele onderzoek en het voorbereidingswerk, zal het waarschijnlijk niet lukken. In mijn ervaring wordt de productie zelf niet echt beïnvloed. Het is enorm belangrijk dat je een goede band hebt tussen je technici, VFX-ontwerpers en producenten. Voor mij zit het lastige hem vooral in de trein niet laten ontsporen via communicatie in de post-productie, door emails na emails te sturen. Ik heb geleerd dat je echt moet over-communiceren, mensen aan het praten moet krijgen, en ervoor moet zorgen dat meetings voor iedereen nuttig zijn. Het is dan denk ik het management-gedeelte van dit alles dat een stuk zwaarder wordt. 

‘Holocene’ en ‘Of Woods and Seas’ gaan allebei over ouderschap. Is dit toeval, of spreekt dit thema je meer aan de afgelopen tijd? 

Ha. Absoluut geen toeval. De verhalen waar ik persoonlijk echt geïnteresseerd in ben zijn ouder-kindverhalen. Daar zijn persoonlijke redenen voor – dat is vanzelfsprekend. Het is denk ik niet zozeer een interesse, meer waar ik eerlijk over kan praten. Veel van mijn toekomstige films en scripts bevatten deze relatie tussen kinderen en ouders. 

Beschouw je jouw werk met Alaskan Tapes als muziekvideo’s of als korte films? Hoeveel waarde hecht je aan dit onderscheid?

Ik ben een supermakkelijk iemand – totdat ik aan het regisseren ben en me druk ga maken en helemaal intens wordt – als het op dit soort dingen aankomt. Ik weet zelf eigenlijk nauwelijks wat het verschil is. Dat maakt deze projecten zo leuk. Het maakt me niet bijzonder uit welke het is, maar ik zou zeggen dat het zeker een soort hybride van de twee is. 

Over ‘Holocene’ heb je gezegd “Er zitten een paar beelden in deze film die al jaren door mijn hoofd spookten en het is een wanhopige poging om die tot leven te brengen”. Ik denk dat ik enig idee heb welke beelden dit zouden kunnen zijn, maar ik hoopte dat jij me dit zou kunnen vertellen. Hoe zag het proces eruit van een verhaal maken van deze beelden?

Ja. Het eerste beeld was de kinderen in het water met de aarde op de achtergrond. Dat was het eerste zaadje van dit project, en dat is hoe het voor mij normaliter allemaal begint. Ik ben ontzettend visueel. En emotioneel gevoelig haha. Dus er is doorgaans een sterk beeld en een intens gevoel dat de vraag “is dit een film?” oproept. Voor ‘Holocene’ in het bijzonder was het mezelf afvragen wie deze mensen zijn, wat er aan de hand is, wat het conflict is, wat de relatie is, wat zijn dingen die ik zou willen zien en voelen, etc. Dat is het beginpunt: de balans vinden tussen rationele en emotionele logica.  

Heb je nog andere beelden in je hoofd, die je nog een keer tot leven wilt brengen? 

Heel veel haha. Veel te veel. Er zoemt een hele zwerm van door mijn brein. Met een paar die ik hopelijk dit jaar kan ontwikkelen en filmen. Eentje van een joyride die uit de hand loopt, en de ander van een jong meisje dat, op de fiets met haar denkbeeldige beste vriend, wegrent van haar moeder, in een wereld met wezens die wandelende bergen en bewegende eilanden zijn. 

Je stijl wordt vaak omschreven als poëtisch, en er is een sterke focus op impliciete, impressionistische storytelling. Hoe vind je de juiste balans tussen de boodschap van een verhaal overbrengen zonder het te letterlijk te maken? 

Het is een lastige balans, en het voelt ook zeer afhankelijk van wie er kijkt. Het is een doorlopend proces, en hoe erg ik ook hou van die hele visuele poëzie van alles, ben ik er ook een beetje klaar mee. Ik heb het gevoel dat er een hele andere kant van mezelf is, en ik sta te popelen om die te verkennen met films en verhalen die iets intenser, verdraaid zijn, mezelf een beetje verliezen in duister materiaal. Dus dat wordt interessant. 

Wat mij betreft hoeft een regisseur zich maar met één ding bezig te houden: helderheid. Maar dat wordt heel subjectief, en het doel van wat je probeert te zeggen is niet altijd een rationeel idee dat makkelijk gezegd kan worden. Je beeld voor beeld een duidelijke reeks aan ideeën vaststellen, volgordes creëren die een bepaald soort logica volgen, maar als je kijkt naar Tarkovski’s The Mirror of een Mulholland Drive of een End of Evangelion, wat die films zo betoverend maakt is het feit dat je niet makkelijk kan ontcijferen wat we eruit moeten opmaken. Maar de persoon die het idee, de regie, de intentie leidt heeft dit beladen met de duidelijke emotionele helderheid die ze willen overbrengen. Een pijnlijke hoeveelheid van henzelf zit erin geperst. Voor het ontvangen van… iets. 

Ik vind dat als je niet door dat intens persoonlijke proces heen gaat om zo’n afdruk van jezelf op het werk achter te laten, dat het onwaar is. Je “boodschap” is bullshit. En je wilt een of ander pretentieus ding maken. 

Je bent relatief recentelijk naar Parijs verhuisd. Hoe bevalt deze nieuwe omgeving, en welke invloed heeft het op je werk gehad?

Parijs is fantastisch. Het was altijd al een droom van me om naar Europa te verhuizen. Als een Canadees in de filmindustrie denk je altijd ‘oké, wanneer maak ik de stap naar LA of NYC?’ En dat voelde gewoon niet goed. Ik was eerst voor een jaar naar Barcelona verhuisd, toen belandde ik in Parijs en ik heb er geen spijt van gehad. Het is een heerlijke plek. De sfeer, de liefde voor film, kunst, mode – het is ongelooflijk stimulerend en een grote impuls in mijn leven. Het is niet zozeer de stad zelf, maar we moeten allemaal veranderen en groeien. Ik was iets te lang in Toronto gebleven en had mezelf laten vastroesten aan die plek, die omgeving. Dus het is enorm voldoenend geweest om iets nieuws te vinden. Nieuwe taal. Nieuwe mensen. Het heeft mijn leven compleet veranderd.  

In een interview met Director’s Notes uit 2023 besprak je jouw wens om een cinematic trailer te maken. Heb je al hierin al vooruitgang geboekt? Wat vind je zo mooi aan deze trailers?

Goed gezien! Ik ben in mijn kern een gigantische nerd. En een nog grotere gamer. Dus het is nog steeds een droom om cinematic trailers te kunnen maken. Ik denk dat ik er beetje bij beetje aan werk. Op het juiste moment. Ik heb mijn werk gepusht om meer met VFX te doen en dat heeft zich langzaam uitbetaald. Zoals met alles heb je een beetje geduld nodig. Het is alleen dat… ik kan enorm ongeduldig zijn met dit soort dingen. Laten we hopen. 

Meer Andrew De Zen:

Korte film Let This Feeling Go
Interview over ‘Holocene’
Interview over ‘Of Woods and Seas’
Interviews met Director’s Notes
Website

Follow Kwaaie Pier