In de laatste tien tot vijftien jaar heeft Jeremy Starn een indrukwekkend oeuvre opgebouwd van werk dat constant voorbij de eigen grenzen blijft groeien en evolueren. Beginnend als fotograaf omvat zijn artistieke praktijk nu ook sculpturen, schilderijen en mixed media-installaties. Terwijl hij in nieuwe richtingen beweegt, blijft de doorlopende lijn in zijn werk aanwezig: het bestuderen van onze relatie met de natuurlijke wereld. Er zijn eindeloos veel manieren om deze relatie te benaderen en te visualiseren, en ik ben groot fan van (en jaloers op) Starns vermogen om perfecte verhalen, voorbeelden en metaforen te vinden, zoals replica’s van vervagende grottekeningen, invasieve soorten en token trees.
Ondanks dat ze soms somber zijn, vind ik deze onderwerpen enorm prikkelend in hun toepasselijkheid en gelaagdheid. Het zijn verhalen op zichzelf, vragend om verkend te worden; om niet meer op zichzelf te staan. De variatie en omvang van Starns kunst is, naar mijn idee, een doorlopende zoektocht naar de beste manieren om deze verhalen te openbaren. Het werk nodigt uit tot verkenning, betrokkenheid, reflectie, niet (alleen) door somber te zijn, maar door gelaagd en grappig en prachtig te zijn.


Voor je project ‘Displacement’ bracht je drie jaar door in Costa Rica om de constructie te documenteren van de Ceiba, een houten vrachtschip bedoeld voor emissievrij vrachtvervoer. Hoe ontdekte je dit project? En hoe besloot je om dit project zo uitgebreid vast te leggen?
Ik werkte als onderzoeksassistent bij het Smithsonian Tropical Research Institute in Gamboa, Panama, en als onderdeel van mijn visumverlenging ging ik naar Costa Rica om als vrijwilliger op de scheepswerf te werken. Ik had op de middelbare school al gevaren op traditionele tallships en ik hou zo van het gemeenschapsgevoel dat daar ontstaat, dus toen ik over het project hoorde, stond ik echt te springen om het te gaan bekijken. Ik hoorde oorspronkelijk over het schip via een familielid dat professioneel tallship-zeiler is en een van de initiatiefnemers was.
Ik verbleef daar een maand, keerde terug naar Panama, voltooide mijn contract, maar toen ik ging nadenken over mijn volgende stap, werd ik door de scheepswerf geroepen. Ik kwam terug in augustus 2019 met het plan om een jaar te blijven, maar toen brak covid uit en bleek het een best fijne plek om te zijn. Eén jaar werd zo drie jaar, met enkele onderbrekingen nadat de pandemie verzwakte.

Ik ben benieuwd naar jouw rol binnen die gemeenschap als fotograaf. Hoe veranderde jouw relatie met de mensen daar door de jaren heen, en hoe beïnvloedde dat je foto’s?
Het begon als een heel klein project, met voornamelijk vrijwilligers die tenten en hutten kregen om in te leven en rijst en bonen. In eerste instantie was ik gewoon een vrijwillige fotograaf en maakte ik wat social media-video’s voor ze. Naarmate het project groeide en er investeringsgeld binnenkwam, zagen ze de noodzaak in van uitgebreide documentatie om te helpen met fondsenwerving en als naslagwerk. Ze konden me een kleine vergoeding bieden om te helpen met marketing, communicatie, fondsenwerving, rapportage etc. terwijl ik foto’s aan het maken was.
Het was een fijn gevoel om daadwerkelijk onderdeel te zijn van het team, in plaats van enkel een waarnemer. Ik kwam meer te weten over scheepsbouw en wat de bouwers allemaal moesten doen om midden in de jungle zo’n gigantisch houten schip te bouwen. Als ik gewoon een keer was langsgekomen had ik nooit zulke foto’s kunnen maken. Er was tijd nodig om me met iedereen op mijn gemak te voelen, de dynamieken te begrijpen, en uit te zoeken wat voor verhaal ik wilde vertellen.

Als fotograaf en onderzoeker heb je over de hele wereld gemeenschappen gefotografeerd. Heb je methodes of tactieken om jezelf te positioneren in nieuwe omgevingen en de lokale bevolking te benaderen? Hoe bouw je het nodige vertrouwen op om van iemand een portret te nemen?
Ik heb gemerkt dat een goede portretfoto meestal veel vertrouwen vereist. De meeste mensen vinden het prima om op de foto te gaan als ze maar weten wie ik ben en waarom ik foto’s sta te maken. Ik ga altijd eerst in gesprek met mensen zonder de camera erbij en stel vragen over henzelf en wat ze aan het doen zijn. Portretfoto’s maken is voor mij een teken van respect en als ik dat gevoel kan overbrengen, stellen mensen zich meestal echt open.


Een belangrijk thema in je werk is de relatie tussen mensen en onze omgeving. Waar komt je fascinatie met dit onderwerp vandaan? Hoe heeft kunst je geholpen met het verkennen van dit thema en met omgaan met je eigen relatie met de natuur?
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in relaties tussen mens en niet-mens, zoals ik dat zou zeggen. Veel daarvan komt uit mijn opvoeding. Mijn vader was geoloog voor de United States Geological Survey en mijn moeder was landschapsontwerper, dus de natuur en hoe mensen het behandelen en manipuleren, waren dagelijkse gespreksonderwerpen. Ik denk dat er veel verschillende lenzen zijn waardoor je ernaar kunt kijken. Mensen zijn, filosofisch gezien, natuur, maar toch verschilt er iets. Wat is dat? Waarom en hoe creëren we deze valse onderscheidingen? Om het heel rechttoe rechtaan te stellen verandert de schaal van de mensheid de manier waarop de planeet functioneert. Het creëren van nieuwe voedsel- en diersoorten, het aanpassen van weersystemen, het opslurpen van grondstoffen uit de aarde; dit zijn monumentale prestaties, maar lijken mij ook heel verontrustend.
Het maken van kunstwerken hierover heeft me echt geholpen met het ontdekken van mijn eigen normen en waarden. Ik zie een hoop milieu-hypocrisie in de wereld, het ene zeggen en het andere doen – ik doe dat constant, maar werk maken hierover heeft me de tijd en ruimte gegeven om verschillende standpunten en overwegingen te verkennen. Het lijkt mij belangrijk dat iedereen zich afvraagt waar ze in geloven, al is het maar om een beter begrip te krijgen van waarom je ergens in gelooft.

Water is ook een terugkerend element in je werk; projecten over schepen en rivieren, en werken als Weaving Water, Water photos, en A Fools Errand, wat een visueel dialoog is met het water zelf. Wat maakt water voor jou zo interessant als onderwerp of metafoor?
Dit werd me eigenlijk pas onlangs duidelijk. Een vriend wees me hierop en ik vond het een fijne verrassing dat ik het thema zelf niet had opgemerkt. Al is het natuurlijk logisch, ik hou van water, al sinds ik klein ben. Zwemmen in de beek, varen, het zwemteam, vissen, zeilen, ik heb het altijd om zoveel redenen heerlijk gevonden om op het water te zijn. Qua kunstwerken denk ik dat het een hele vervormbare en krachtige metafoor is voor tijd en het leven. Ten eerste is het, in essentie, het leven. Het is het belangrijkste element voor leven voor zover wij weten. Ik vind het ook prettig dat het voelbaar maar vormloos is, zoals het leven. We kunnen het definiëren, maar een tel later heeft het alweer een andere vorm. Ik moet altijd denken aan het idee dat je niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen. Het is voor mij een sterke herinnering aan dat verandering de enige constante is.
In mijn foto-installatie A Fools Errand probeerde ik deze ideeën te verkennen door maandenlang dezelfde plek in een stroom te fotograferen. Het statief bleef op exact dezelfde plek en de framing van de camera veranderde niet. Soms paste ik de sluitertijd een beetje aan afhankelijk van het tijdstip, maar dat was het. Ik naam duizenden abstracte foto’s, maakte ze zwart-wit om de weerspiegelingen te benadrukken, en drukte ze op groot formaat af. Om daar iets aan toe te voegen, ben ik heel geïnteresseerd in foto’s meer sculpturaal maken, dus ik maakte de foto’s vast aan kunststofplaten, kartonnen buizen, borden, tegels, draden, en installeerde dat allemaal op een manier die soort van uit de muur stak. De bedoeling was dat het zou veranderen terwijl je om het werk heen loopt, net zoals dat langs een stroom lopen tot nieuwe inzichten leidt.
token tree presenteert een collectie van Google Street View-beelden van individuele bomen op gazons in het droge zuidwesten van Amerika. Hoe heb je deze beelden verzameld? Was het gewoon een kwestie van heel veel rondklikken door Google Street View, of had je een meer verfijnde methode?
Ik zit heel veel op Google Earth; het is een kleine hobby, gewoon plekken verkennen. Ik was een beetje door woonwijken aan het rondkijken en toen ik opmerkte dat de meeste huizen één zo’n treurige boom in de voortuin hadden staan, kreeg ik een idee. Ik begon met handmatig door nieuwe woonwijken te gaan waar het het duidelijkst te zien is, en hoe meer ik nadacht over hoe vreemd het eruitziet, hoe meer onderzoek ik ging doen. Waarom één boom? Wat is het nut? Het is niet voor de schaduw, ze zijn te klein voor recreatie, het is puur esthetisch, en in het Amerikaanse zuidwesten lijken ze volledig misplaatst.
Dus toen ging ik me focussen op woonwijken in gebieden die met droogtes kampen, en op straten die naar bomen vernoemd zijn. Ik gebruikte Gemini om te zoeken naar straten in door droogte getroffen gebieden en, werkelijk waar, het is zo’n gangbare praktijk dat ik er makkelijk honderden vond. Vanaf dat punt was het gewoon een selectie maken van degenen die er het meest interessant uitzien.


Alhoewel je jezelf voornamelijk als fotograaf beschouwt, heb je in de afgelopen jaren je kunstpraktijk uitgebreid met sculpturen, schilderijen en installaties. Wat kun je met deze verschillende kunstvormen presenteren of overbrengen dat niet met (alleen) fotografie kan?
Ik heb nooit helemaal kunnen kiezen tussen het praktische nut van fotojournalistiek voor het vertellen van menselijke verhalen die een directe, betekenisvolle impact kunnen hebben, en deze meer filosofische, high concept hedendaagse kunstpraktijken. Vanwege de opleiding die ik momenteel volg, ben ik nu meer bezig met het conceptuele installatiewerk. De twee benaderingen kunnen vergelijkbare thema’s hebben, maar ze worden meestal aan een verschillend publiek getoond. De fotojournalistiek is voor tijdschriften, kranten, en online in het algemeen, en het hedendaagse ruimtelijke werk is voor universiteiten, musea en galerijen. Er is overlap, maar dat is hoe het meestal werkt.
Het is, vanwege waar ik me nu bevind, een stuk interessanter om met vorm te spelen, en ervaringsgerichte installaties, en nieuwe manieren om beelden te presenteren.
Ik was een beetje verbaasd om te zien dat je momenteel bezig bent met een masteropleiding Fine Arts. Waarom besloot je om terug naar de universiteit te gaan nadat je al zoveel jaren als kunstenaar hebt gewerkt?
Ik wist altijd al dat ik op den duur nog mijn MFA wilde behalen. Ik zat gewoon te wachten op het juiste moment maar ik dacht ook, onterecht, dat ik al moest weten aan welk project of welke richting ik zat te denken voordat ik me aanmeldde. Uiteindelijk realiseerde ik me dat als het voelde als een goed moment, ik het gewoon moest doen, zonder te denken aan wat ik wilde onderzoeken. En dat was het juiste besluit. Bijna meteen kwam ik erachter welk onderzoeksgebied ik wilde verkennen, en ik ben heel erg blij dat ik besloot om er gewoon voor te gaan in plaats van wachten op de perfecte timing.
Iemand zei iets tegen me dat MFA-diploma’s voor mij in een heel andere context plaatste die heel logisch voelde. Ze zeiden: zie het niet zozeer als een opleiding, maar als een driejarige residency. Mijn programma wordt volledig gefinancierd met een beurs, dus ik word betaald om werk te maken, heb toegang tot geweldige faciliteiten en een netwerk aan fantastische kunstenaars om ideeën mee te delen, dus daarom zou ik het iedereen aanbevelen. Als iemand die geïnteresseerd is in meer conceptuele of experimentele werken, kan ik in mijn eentje maar zoveel bereiken. Ik moet omringd worden door anderen die ook hun eigen mediums verkennen om zulke veelzijdige gesprekken te hebben en onderzoek naar meer dan wat ik al weet.
Ik ben ook geïnteresseerd in lesgeven op academisch niveau, dus dit is niet alleen een vereiste, maar mijn specifieke opleiding biedt ook een hoop trainingen en ervaring, wat fantastisch is. Ik heb al drie verschillende vakken gegeven, momenteel geef ik inleiding analoge fotografie, en volgend semester inleiding digitaal.

Je hebt je eigen werk gecureerd voor zowel solo- als groepstentoonstellingen. Ik ben altijd geïnteresseerd in dit proces van zelf-curatie en hoe het de relatie met je werk kan beïnvloeden. Hoe benader je curatie, en welke impact heeft het op hoe je naar je eigen werk kijkt?
Ik vind het fantastisch om mijn werk tentoon te stellen en te zien hoe mensen erop reageren, dus als ik geen tentoonstellingen kan vinden maak ik ze zelf! Het zou je verbazen hoeveel ruimtes ervoor openstaan je werk te vertonen als je ze een volledig uitgewerkte tentoonstelling presenteert. Ik heb ook het geluk gehad dat ik ben gevraagd om shows van andere kunstenaars te cureren en dat is net zo leuk, maar op een andere manier omdat ik geen werk in die tentoonstelling heb.
Ik heb het altijd een mooi idee gevonden dat zodra je je werk in het openbaar hebt vertoond, het niet meer van de kunstenaar is; je hebt jouw controle en eigenaarschap afgestaan. Dus wanneer ik werk samen met andere kunstenaars presenteer, gaan de individuele kunstwerken niet meer over mij, of zelfs maar over zichzelf, maar over de verbindingen tussen alle werken. Alles krijgt volledige nieuwe betekenissen.


Heel erg bedankt voor je tijd en voor dit eerste interview van 2026. Waren er, terugkijkend naar 2025, kunstenaars of werken die je bijzonder inspirerend vond?
Ik zoek altijd naar kunstenaars die zelf niet in één specifiek medium lijken te werken. In het bijzonder kunstenaars die vanuit foto’s werken, maar fotografie gebruiken in ruimtelijke of performatieve manieren. Op dit moment ben ik helemaal geobsedeerd door Noemie Goudal, Katja Novitskova, en Mathew Brandt.
Meer Jeremy Starn:
Interview met CanvasRebel
Interview met Boooooom
Interview met Dovetail
Point Pleasant Publishing
Website